IBD bij honden: wat is het en wat kun je eraan doen?

Chronische darmklachten bij je hond zijn behoorlijk frustrerend. Er zijn vele oorzaken mogelijk, waaronder IBD: inflammatory bowel disease. In dit artikel lees je wat IBD bij de hond is, hoe ik de diagnose stel en mijn patiënten behandel, en waarom we het eigenlijk liever geen IBD meer noemen.

Wat is IBD bij honden?

IBD bij de hond, oftewel inflammatory bowel disease, is een vorm van chronische darmontsteking. We spreken van een chronische darmziekte als de klachten langer dan drie weken aanhouden of regelmatig terugkeren. Het immuunsysteem reageert bij IBD abnormaal in de darm en veroorzaakt daardoor een aanhoudende darmontsteking.

Tegenwoordig geven internisten er de voorkeur aan om de term IBD bij honden niet meer te gebruiken. Dat heeft te maken met IBD bij mensen, waar het een verzamelnaam is voor zeer ernstige, chronische darmontstekingen zoals ziekte van Crohn en colitis ulcerosa. Bij mensen is IBD een auto-immuunziekte. Bij honden gebruiken veel dierenartsen en baasjes de term IBD voor een chronische darmontsteking in het algemeen, ongeacht de oorzaak. Maar zoals je hieronder zult lezen, is er bij de meeste honden helemaal geen sprake van een auto-immuunziekte. Daardoor kan ten onrechte het idee ontstaan dat je hond bijvoorbeeld levenslang medicijnen moet gebruiken of moet worden geopereerd, zoals bij mensen met IBD het geval kan zijn.

In plaats van IBD spreken we bij honden tegenwoordig liever over een chronische inflammatoire enteropathie (CIE), of simpeler gezegd een chronische darmziekte of chronische darmontsteking. Het idee van deze naamswijziging is dat het breder toepasbaar is en dierenartsen stimuleert om na te denken over de verschillende oorzaken en behandelmogelijkheden.


Wat zijn oorzaken van IBD bij honden?

Waarom de ene hond wel een chronische darmontsteking ontwikkelt en de andere niet, is nog niet volledig opgehelderd. Wel weten we dat verschillende zaken een rol spelen, waaronder erfelijkheid, de ontwikkeling van het immuunsysteem, infecties of antibioticumgebruik in het verleden, de samenstelling van de darmflora en omgevingsfactoren.

Zoals gezegd is IBD slechts één vorm van een chronische darmontsteking. De nieuwste richtlijnen onderscheiden de volgende drie hoofdgroepen:

Voedselresponsieve ontsteking (food responsive enteropathy; CIE-FR)
De darm reageert op bepaalde voedselbestanddelen, meestal een dierlijk eiwit. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat 39-89% van de honden met chronische maagdarmklachten herstelt na de juiste dieetaanpassing.

Immunosuppressivum responsieve ontsteking (immunosuppressant responsive enteropathy; CIE-IR)
Deze variant lijkt een auto-immuunreactie in de darmwand te betreffen en vertoont gelijkenissen met IBD bij de mens. Honden met deze vorm van ontsteking reageren in de meeste gevallen goed op ontstekingsremmers zoals prednison.

Niet-responsieve ontsteking (non-responsive enteropathy; CI-NR)
Dit zijn honden met een bewezen maagdarmontsteking, maar die niet opknappen van een aangepaste voeding of ontstekingsremmers. Voorheen kregen deze honden antibiotica (antibiotic responsive enteropathy), maar tegenwoordig weten dat dit vaak geen blijvende oplossing is en voor een langdurige verstoring van de darmflora kan leiden (dysbiose). Gelukkig zijn er nog wel andere behandelmogelijkheden voor deze honden.


PLE: een ernstige vorm van chronische darmontsteking bij de hond

Een speciale vorm van chronische darmontsteking is protein losing enteropathy (PLE). We zien deze ziekte vaker bij bepaalde rassen, zoals de Rottweiler en Yorkshire Terriër. In de meeste gevallen is er sprake van een ernstige ontsteking van het maagdarmkanaal zelf of de lymfevaatjes in het maagdarmkanaal (lymfangiëctasie). Soms is er sprake van darmkanker, zoals maligne lymfoom.

Bij PLE lekt er heel veel eiwit uit de darmen en het lichaam is niet in staat om voldoende eiwit opnieuw op te nemen of zelf aan te maken. Naast bijvoorbeeld (water)dunne diarree kan opvallen dat je hond heel hard afvalt door spierverlies. Ook kan je hond vocht gaan vasthouden in de huid (oedeem) of buikholte (ascites). Soms is PLE goed onder controle te krijgen met niets meer dan een zeer vetarme voeding. Maar omdat het vaak ernstige ontstekingen betreft, zal je hond in veel gevallen ook één of meerdere medicijnen moeten krijgen, zoals prednison.

De prognose bij PLE is minder gunstig dan voor een “gewone” chronische darmontsteking: ongeveer 50-70% van de honden met PLE knapt op met een behandeling.


Welke symptomen zie je bij honden met IBD?

De klachten bij IBD zijn niet anders dan bij andere vormen van chronische maagdarmontsteking. Veelvoorkomende verschijnselen staan hieronder. Je hoeft niet alle symptomen tegelijk te zien. Soms zijn ze subtiel of komen ze met tussenpozen.

  • Diarree: één van de meest voorkomende verschijnselen. Meestal is de ontlasting (water)dun. Maar we spreken ook over diarree als je hond grotere hoeveelheden ontlasting heeft, meer dan twee keer per dag poept, of als er bloed of slijm bij zit.
  • Braken: veel honden geven voer, vocht, slijm of gal over. In ernstige gevallen kan er bloed in het braaksel zitten. 
  • Misselijkheid: soms geeft je hond niet over, maar is het wel duidelijk dat hij zich niet lekker voelt. Hij kan bijvoorbeeld kwijlen, smakken, veel slikken, de lippen aflikken of gras eten.
  • Buikpijn: de buik kan pijnlijk zijn bij aanraking of erg op spanning lijken te staan. Honden met buikpijn kunnen ook een zogenoemde bidhouding aannemen: kop omlaag, voorpoten gestrekt en de kont omhoog.
  • Gewichtsverlies: door slecht eten, overgeven en diarree kan je hond steeds dunner worden. Maar ook zonder deze symptomen is het mogelijk dat hij of zij afvalt, bijvoorbeeld als de darmen door de ontsteking voedingsstoffen niet goed meer opnemen.
  • Verandering in eetlust: honden zullen minder eten als ze misselijk zijn of buikpijn hebben. Maar sommige honden met een chronische darmontsteking zullen juist meer willen eten, omdat hun darmen onvoldoende voedingsstoffen opnemen.
  • Borrelen van de buik, boeren en winderigheid: onvolledige vertering van het eten kan zorgen voor de productie van extra gas door darmbacteriën. Dit kan leiden tot borrelende geluidjes (borborygmi), een “knorrende maag”. Als dat gas zich ophoopt in de darmen, kan je hond buikkrampen krijgen. Als het gas een weg naar buiten weet te vinden, kan het leiden tot boeren of (stinkende) scheetjes.
  • Stinkende adem: als de maag is betrokken bij de ontsteking, dan kan je hond vies uit zijn bek gaan ruiken.
  • Minder energie: onder andere misselijkheid, buikpijn en uitdroging kunnen ervoor zorgen dat je hond minder fit is.

Hoe wordt IBD bij honden vastgesteld?

Honden met langdurige of terugkerende maagdarmklachten knappen zelden spontaan op. Het is daarom verstandig om de oorzaak van de klachten op te sporen en te behandelen voordat je hond zieker wordt. Een chronische darmontsteking, waar IBD onder valt, is één van de vele mogelijke oorzaken. Veel ziektes kunnen dezelfde symptomen geven, zoals een parasitaire infectie, pancreatitis, exocriene pancreasinsufficiëntie (EPI), leverziekte of de ziekte van Addison. Aanvullend onderzoek is daarom onmisbaar.

Het diagnostisch traject omvat doorgaans:

Ontlastingsonderzoek
Parasieten kunnen worden aangetoond met onderzoek van de ontlasting. Giardia is een beruchte veroorzaker van darmklachten, maar ook andere parasieten kunnen een rol spelen. Door een poepmonster van drie verschillende dagen te testen, wordt de kans op het vinden van een parasiet vergroot. Een bacteriekweek van de ontlasting wordt afgeraden: het leidt zelden tot de diagnose en kan bovendien leiden tot onnodig antibioticagebruik. De dysbiose index is een test waarmee kan worden vastgesteld of er sprake is van een verstoring van de darmflora. 

Bloedonderzoek
Een algemeen bloedonderzoek is belangrijk om andere oorzaken en complicerende factoren uit te sluiten. Denk aan het testen van bijvoorbeeld lever– en nierfunctie, maar ook specifiek onderzoek naar exocriene pancreasinsufficiëntie (EPI), alvleesklierontsteking, ziekte van Addison en een vitamine B12-tekort. Bloedonderzoek om te kijken of de maagdarmklachten worden veroorzaakt door een voedselallergie is niet betrouwbaar.

Urineonderzoek
Als uit het bloedonderzoek een eiwittekort blijkt, wordt urineonderzoek gebruikt om onderscheid te maken tussen eiwitverlies via de darmen (protein losing enteropathy) en via de nieren (protein losing nephropathy). Sommige dieren hebben eiwitverlies via de darmen én de nieren. Dit komt onder meer vaker voor bij Soft-Coated Wheaten Terriërs.

Dieet
Voeding speelt een heel belangrijke rol in zowel de diagnose als de behandeling van een chronische maagdarmontsteking. Waar we bij acute maagdarmklachten vaak voor licht verteerbare voeding kiezen, heeft bij chronische maagdarmproblemen een hypoallergeen dieet de voorkeur. Je dierenarts of internist zal een eliminatiedieet voorstellen. Het geeft vaak binnen twee weken al verbetering als er sprake is van voedselresponsieve ontsteking. In specifieke gevallen moet het dieet zeer vetarm zijn (bijvoorbeeld bij vertraagde maaglediging of ernstig eiwitverlies) of aangevuld worden met extra vezels (bijvoorbeeld bij ontsteking van de dikke darm).

Röntgenfoto of echo
Een röntgenfoto van de buik is veel minder gevoelig en specifiek dan een echo, dus het laten maken van een buikecho heeft de voorkeur. Met echo kunnen afwijkingen aan onder meer maag, darmen, lever, nieren en alvleesklier zichtbaar gemaakt worden. Ook vocht in de buik is zichtbaar bij een echo. Indien nodig kan direct ook weefsel of vocht worden afgenomen voor nader onderzoek. Soms worden er geen afwijkingen gezien, terwijl er toch sprake is van een chronische darmontsteking. De echo is dan tóch zinvol geweest, omdat andere ziektes ermee zijn uitgesloten.

Endoscopie
Een kijkonderzoek van de maag en darmen helpt bij het bevestigen van de chronische darmontsteking. Via de bek of anus wordt een flexibele slang met camera (endoscoop) in het maagdarmkanaal gebracht. Zo kan de internist bekijken of er sprake is van afwijkende inhoud, of het slijmvlies is beschadigd en of er bijvoorbeeld zweren, poliepen of tumoren aanwezig zijn. De internist zal via de endoscoop met een klein tangetje weefselmonsters (biopten) verzamelen uit de maag en darmen. Deze worden onderzocht door een patholoog, die zal onderzoeken of er sprake is van een ontsteking of – in zeldzame gevallen – kanker. Al deze informatie helpt bij het opstellen van een optimaal behandelplan. Belangrijk om te onthouden: endoscopie en biopten kunnen bevestigen dat er sprake is van chronische maag-of darmontsteking, maar dit is niet bewijzend voor IBD. Ook andere ziektes kunnen zo’n ontsteking veroorzaken.

Operatie
Soms is het alleen mogelijk om met een operatie de oorzaak van de symptomen op te sporen of te behandelen. Alle voorgaande onderzoeken helpen bij het maken van de beslissing of een operatie nodig is of niet.

Belangrijk: gebruik van prednison of vergelijkbare medicijnen in de zes weken voor een endoscopie kan de uitslagen beïnvloeden. Bespreek dit altijd met de internist als jouw hond al medicatie krijgt.


Hoe wordt IBD bij honden behandeld?

De behandeling is altijd maatwerk. Wat bij de ene hond werkt, hoeft bij een andere hond niet effectief te zijn. De aanpak hangt af van de onderliggende oorzaak, de ernst van de ziekte en eerder ingezette behandelingen. Bij voorkeur wordt er gestart met dieetaanpassingen, voordat er medicijnen worden ingezet.

  • Voeding: als met een eliminatiedieet blijkt dat de klachten voedselresponsief zijn (“voedselovergevoeligheid”), dan kan een hypoallergeen dieet de ontsteking effectief en langdurig onder controle houden. In veel gevallen wordt dit dieet levenslang aangehouden, maar dat is niet altijd nodig. Uit onderzoek blijkt dat 31–79% na 3-4 maanden toch weer terug kan naar de oude voeding. Wees tot die tijd voorzichtig met het introduceren van snacks: introduceer slechts één soort tegelijk om terugval te voorkomen.
  • Ontstekingsremmers: als de klachten niet verdwijnen met speciale voeding, dan wordt in veel gevallen gekozen voor een behandeling met prednison. Dit slaat bij tot wel 90% van deze patiënten aan. Soms zal er een tweede ontstekingsremmer worden ingezet, zoals ciclosporine, mycofenolaat of chloorambucil. Dat is bijvoorbeeld een optie als de ziekteverschijnselen niet volledig verdwijnen met prednison of als prednison te veel bijwerkingen veroorzaakt. Budesonide is een medicijn dat in theorie minder bijwerkingen geeft dan prednison, maar in de praktijk blijkt dat niet altijd het geval en soms onderdrukt het de ontsteking ook minder goed. Daarom gaat vaak in eerste instantie de voorkeur toch uit naar prednison.
  • Aanpassen van de darmflora: voorheen werden antibiotica (bijvoorbeeld metronidazol of tylosine) gebruikt om de darmflora aan te passen bij dieren met een chronische darmontsteking. Omdat (langdurig) gebruik van antibiotica nadelige gevolgen kan hebben voor mens en dier, heeft dat tegenwoordig niet meer de voorkeur. Probiotica kunnen als alternatief worden gebruikt, maar lijken hooguit op korte termijn (milde) verbetering te geven. Een mogelijke manier om de darmflora langdurig aan te passen is door middel van poeptransplantaties. De eerste onderzoeken geven aan dat bij tot wel 80% van de honden met een niet-responsieve enteropathie verbetering kan opleveren.
  • Stamceltherapie: er zijn enkele kleinschalige onderzoeken gedaan naar het gebruik van stamcellen bij de behandeling van een chronische darmontstekingen. Hoewel de eerste resultaten positief zijn, moet er nog uitgebreider onderzoek worden gedaan om er zeker van te zijn dat het veilig en effectief is. Het wordt daarom alleen in uitzonderlijke gevallen toegepast. 
  • Galzuurbinders: er is een handjevol honden beschreven met iets wat we “galzuurdiarree” noemen. Bij deze honden gaat er iets mis in de verwerking van schadelijke galzouten, wat leidt tot een chronische ontstekingsreactie in de darmen. Door een galzuurbinder te geven (colestyramine), wordt geprobeerd om de darm te beschermen tegen deze galzouten.
  • Symptomatische behandeling: afhankelijk van de ziekteverschijnselen kan het nodig zijn om ondersteunende medicijnen te geven, zoals tabletten die misselijkheid, braken of buikpijn onderdrukken.

Wat is de prognose van IBD bij honden?

De meeste honden met een chronische darmziekte, inclusief IBD, kunnen goed worden behandeld. Meer dan de helft knapt volledig op na aanpassing van de voeding. Veel van de overige honden reageert goed op ontstekingsremmers, hoewel het soms niet lukt om die medicatie volledig af te bouwen. Voor honden die niet opknappen of die te veel bijwerkingen van de medicatie ervaren, kunnen poeptransplantaties uitkomst bieden. Als er sprake is van PLE, dan is de prognose minder gunstig: ongeveer 50–70% verbetert met behandeling.


Twijfel je over de diagnose of behandeling van jouw hond met IBD?

IBD is een complexe aandoening waarbij zowel de diagnose als behandeling maatwerk is. Niet elke hond met chronische darmklachten heeft dezelfde onderliggende oorzaak en dus ook niet dezelfde behandeling. Als jouw hond al langer klachten heeft, steeds terugvalt of niet goed reageert op de huidige aanpak, dan loont het om een second opinion bij een specialist te vragen.

Als internist help ik diereigenaren dagelijks met dit soort problemen. Als je graag wil dat ik op afstand met je meedenk, vraag dan een digitaal consult aan. Je stuurt jouw bevindingen en de gegevens van jouw hond op en ik geef je een helder, onderbouwd advies over de beste vervolgstappen.

Bart Ruijter is Europees specialist interne geneeskunde bij honden en katten. Naast zijn werk als specialist in een dierenziekenhuis, biedt Bart digitale second opinions en consulten via internistvoordieren.nl.


Veelgestelde vragen over IBD bij honden

Wat is het verschil tussen IBD en een darmontsteking bij honden?

IBD is een vorm van chronische darmontsteking bij de hond. Bij IBD is immuunsysteem ontregeld. Internisten gebruikelijk liever de term immunosuppressivum responsieve ontsteking of immunosuppressivum responsieve enteropathie, omdat de ziekte niet precies hetzelfde is als IBD bij mensen. Honden met een chronische darmontsteking knappen vaak op met andere voeding, maar specifiek bij IBD zijn vaak medicijnen nodig.

Kan IBD bij honden worden genezen?

Volledig genezen is bij echte IBD zelden het geval. Wel kunnen de meeste honden met medicijnen en dieetmaatregelen langdurig in remissie worden gebracht met weinig tot geen klachten.

Wat is de beste behandeling voor honden met IBD?

De behandeling voor honden met IB is maatwerk. In de meeste gevallen slaat prednison goed aan, maar soms werkt dit onvoldoende of geeft het te veel bijwerkingen. Dan is het goed om met je dierenarts of een internist te overleggen over aanvullende of alternatieve behandelingen, zoals ciclosporine, mycofenolaat, chloorambucil, budesonide en poeptransplantaties. Ook is het belangrijk om aandacht te schenken aan het dieet, zelfs als een eliminatiedieet eerder geen verschil maakte.

Hoe lang duurt het voordat een dieet aanslaat bij IBD?

Bij echte IBD knapt een hond niet (volledig) op van een dieet. Vaak wordt wel eerst een dieetproef gedaan, omdat veel honden die verdacht worden van IBD eigenlijk een voedselresponsieve enteropathie hebben. Zij laten vaak binnen twee weken na de start van een eliminatiedieet al verbetering zien.

Heeft mijn hond een endoscopie nodig bij IBD?

Om IBD bij honden te bevestigen, zijn biopten van het maagdarmkanaal noodzakelijk. In de meeste gevallen worden die biopten via endoscopie genomen, maar soms kan jouw dierenarts of internist voorstellen om in plaats daarvan een operatie uit te voeren om de biopten te nemen. De biopten helpen om een gericht behandelplan op te stellen. Vóórdat er biopten worden genomen, is het belangrijk om eerst andere ziektes uit te sluiten die vergelijkbare klachten kunnen veroorzaken.