Acute pancreatitis bij de hond

Acute pancreatitis is een belangrijke reden waarom honden met ernstige buikpijn worden opgenomen. Maar wat is acute pancreatitis bij de hond precies? In dit artikel leg ik je dat uit, inclusief hoe we de diagnose stellen en wat de optimale behandeling is. Heb je vragen over jouw eigen hond? Neem dan contact op voor advies.

Wat is acute pancreatitis bij honden?

De alvleesklier (pancreas) is een onmisbaar orgaan dat twee cruciale functies heeft: het maakt spijsverteringsenzymen aan voor de darm en het reguleert de bloedsuiker via insuline en glucagon. Bij acute pancreatitis raken die spijsverteringsenzymen vroegtijdig actief: niet in de darm, maar al in de alvleesklier zelf. De alvleesklier begint daardoor zichzelf te verteren. Dit veroorzaakt een heftige ontsteking die zich kan uitbreiden naar omliggende organen, zoals het buikvet, maar ook de nieren en de longen. De theorie is dat er door een ongelukkige samenloop van omstandigheden een situatie ontstaat die de enzymen vroegtijdig laat activeren in de alvleesklier. Het resultaat is een zichzelf versterkend proces, omdat de geactiveerde enzymen een ontstekingsreactie veroorzaken die opnieuw verteringsenzymen activeert. Dit leidt vaak tot een zeer acuut, heftig verlopend ziektebeeld.


Welke honden lopen meer risico op pancreatitis?

Acute pancreatitis kan iedere hond treffen, maar bepaalde factoren verhogen het risico:

  • Ras: we zien de ziekte vaker bij Dwergschnauzers, Dwergpoedels, terriërs, Cocker Spaniëls, teckels en de Alaskan Malamute.
  • Voeding: een vetrijke maaltijd (denk aan restjes van de barbecue of een uitstapje naar de vuilnisbak) wordt sterk in verband gebracht met het optreden van acute pancreatitis.
  • Medicijnen: bepaalde anti-epileptica (fenobarbital, kaliumbromide) en sommige chemotherapiemiddelen kunnen mogelijk pancreatitis uitlokken.
  • Stofwisselingsziektes: honden met diabetes mellitus (suikerziekte), hypothyreoïdie (traag werkende schildklier) of hyperadrenocorticisme (ziekte van Cushing) lopen een verhoogd risico.
  • Vetzuurstoornis: een toename aan vetzuren (hypertriglyceridemie) zal bij veel honden nooit tot een pancreatitis leiden, maar het blijkt bij de Dwergschnauzer de kans op pancreatitis wél aanzienlijk te vergroten.
  • Overgewicht en castratie: beide zijn geassocieerd met een hogere kans op pancreatitis..

Wat zijn de symptomen van acute pancreatitis bij de hond?

De klachten kunnen sterk variëren, van sluimerend en mild tot heel acuut en ernstig. Typische verschijnselen zijn:

  • Sloomheid
  • Weinig eetlust
  • Braken
  • Buikpijn, die soms heel heftig kan zijn. Sommige honden met buikpijn nemen een “bidhouding” aan (voorpoten uitgestrekt, achterste omhoog)
  • Diarree
  • In ernstige gevallen: shock, geelzucht, moeite met ademhalen, veel drinken en plassen

Wat het soms lastig maakt: er is géén klacht of combinatie van klachten die uniek is voor pancreatitis. De symptomen kunnen bijvoorbeeld ook passen bij een maagkanteling (MDV), een darmobstructie (ileus) of een heftige maagdarmontsteking. Goede diagnostiek is daarom heel belangrijk.


Hoe wordt acute pancreatitis bij honden gediagnosticeerd?

Een betrouwbare diagnose vraagt om een combinatie van passende ziekteverschijnselen en verschillende positieve tests:

1. Bloedonderzoek: de meest betrouwbare bepaling in het bloed is specifieke pancreaslipase (cPLI of Spec cPL). Een waarde boven de afkapwaarde is sterk suggestief voor pancreatitis terwijl een normale waarde het onwaarschijnlijk maakt. Let op: ook bij bijvoorbeeld nierziekte, een chronische darmontsteking, de ziekte van Cushing of hartfalen kan deze waarde verhoogd zijn. Het is daarom belangrijk om naar het gehele plaatje te kijken. Er zijn ook andere tests die lipase meten (lipase, DGGR-lipase), maar deze tests zijn veel minder specifiek dan de Spec cPL-test en dus ook regelmatig afwijkend bij aandoeningen buiten de alvleesklier.

2. Echografie van de buik: echografie kan verschillende afwijkingen aan en rondom de alvleesklier aantonen. Bij een acute alvleesklierontsteking verwachten we een vergrote, donkergekleurde alvleesklier te zien met rondom ontstoken buikvet en vocht. Daarnaast kan de afvoergang van de alvleesklier verwijd zijn en de dunne darm lokaal geïrriteerd ogen. In een vroeg stadium kunnen de afwijkingen beperkt zijn en een normale echo sluit pancreatitis daarom niet volledig uit.

3. CT-scan: bij ernstige of onduidelijke gevallen levert een CT-scan de meest gedetailleerde informatie op. Er kan dan ook worden gekeken naar trombose in de poortader, een complicatie die bij echografie regelmatig gemist wordt.

Naast bovenstaande onderzoeken is het ook zinvol om een algemeen bloedonderzoek en urineonderzoek uit te voeren en eventueel röntgenfoto’s van de borstkas te maken. Dit is bedoeld om te controleren op complicaties van pancreatitis. Bij een sterke verdenking op een onderliggende ziekte, zoals de ziekte van Cushing of hypertriglyceridemie, kunnen nog specifieke tests worden ingezet.


Wat zijn complicaties van acute pancreatitis bij de hond?

Acute pancreatitis kan, zeker in ernstige gevallen, leiden tot ernstige bijkomende problemen. Denk daarbij aan:

  • Acuut nierfalen: één van de meest gevreesde complicaties, omdat het vaak gepaard gaat met een slechte prognose. Honden met acuut nierfalen zijn vaak sloom, misselijk en drinken en plassen veel. In sommige gevallen stopt de urineproductie vrijwel volledig, wat tot ernstige vergiftiging van het lichaam leidt.
  • Longproblemen: de heftige ontsteking kan leiden tot ARDS: acute respiratory distress syndrome. Door het vele braken kan een hond zich verslikken en een longontsteking ontwikkelen (verslikpneumonie). Beide kunnen resulteren in ernstige benauwdheid.
  • Galwegobstructie: de ontstoken alvleesklier zwelt vaak op en kan daardoor de galgang dichtdrukken.
  • Bloedstollingsstoornissen: een ernstige complicatie is een complete verstoring van de bloedstolling, wat enerzijds kan leiden te veel stolling (trombose) en anderzijds ongecontroleerde bloedingen. Dat noemen we diffuse intravasale stolling (DIS) of disseminated intravascular coagulation (DIC). Als zoiets optreedt, is de kans op herstel zelfs bij zeer intensieve behandeling minimaal.
  • Suikerziekte: als de insulineproducerende cellen beschadigen door de ontsteking, kan een hond suikerziekte ontwikkelen.

Onderzoek toont aan dat dit soort complicaties de sterkste voorspellers zijn voor overlijden. Met andere woorden: vroeg herkennen en behandelen van pancreatitis en de complicaties is essentieel om een goede kans op herstel te hebben.


Hoe wordt acute pancreatitis bij de hond behandeld?

Er is helaas nog geen medicijn waarmee we de alvleesklier direct beter kunnen maken. De behandeling is dus ondersteunend:

  • Infuus: honden met pancreatitis hebben vaak last van uitdroging en door het vele braken kunnen ook verstoringen in de bloedzouten en bloeddruk optreden. Ze hebben dus meestal veel vocht per infuus nodig. Te veel vocht is echter ook niet goed, dus dit is echt maatwerk per dier.
  • Pijnstilling: buikpijn is bijna altijd aanwezig, zelfs als je hond het niet duidelijk aangeeft. De meeste honden hebben zware pijnstillers nodig om de buikpijn te onderdrukken, zoals opiaten.
  • Anti-emetica: dit zijn medicijnen die misselijkheid en braken onderdrukken, zodat een hond weer zelfstandig kan gaan eten. Denk aan medicijnen als maropitant.
  • Voeding: vroeger werd nog wel eens gedacht dat het verstandig was om een hond een tijdje nuchter te laten, maar tegenwoordig geven we de voorkeur aan snel starten met (dwang)voeren. Als een hond weigert om zelf te eten en dwangvoeren niet goed toelaat, kan een voedingssonde uitkomst bieden (neussonde, slokdarmsonde).
  • Behandeling van complicaties: bijkomende problemen zoals nierschade, galwegobstructie of longproblemen vragen elk hun eigen aanpak.

Er is in het buitenland ook een nieuw middel beschikbaar dat mogelijk een meer gerichte behandeling tegen pancreatitis mogelijk maakt: fuzapladib. Of dit middel inderdaad zo goed werkt als men hoopt, dat moet nog onderzocht worden. In Nederland is het voorlopig nog niet mogelijk om honden ermee te behandelen.

Antibiotica maken niet standaard onderdeel uit van de behandeling van pancreatitis. Alleen bij een bewezen infectie of sterke verdenking daarop, worden antibiotica ingezet. Denk dan bijvoorbeeld aan een longontsteking of bloedvergiftiging.


Wat is de prognose voor honden met acute pancreatitis?

Bij milde pancreatitis is de prognose over het algemeen goed. Bij ernstige gevallen, zeker met complicaties als nierschade of ARDS, is de prognose voorzichtig tot ongunstig. Wetenschappelijke onderzoeken laten zien dat tot wel 25-40% van de honden met acute pancreatitis overlijdt, vooral als dit soort complicaties optreden.


Wanneer vraag je een online second opinion voor honden met acute pancreatitis aan?

Is jouw hond opgenomen met (vermoedelijke) pancreatitis? Of is jouw hond hersteld van pancreatitis en wil je weten wat nu het beste is om te doen? Tijdens een digitaal consult kijk ik met je mee naar het klinisch beeld, de bloedwaarden, de echobeelden en de medicijnen, en geef je vervolgens een helder, specialistisch advies. Zo weet je zeker dat er geen complicaties worden gemist en dat de behandeling van jouw hond up-to-date en doelgericht is.

Bart Ruijter is Europees specialist interne geneeskunde bij honden en katten. Naast zijn werk als specialist in een dierenziekenhuis, biedt Bart digitale second opinions en consulten via internistvoordieren.nl.


Veelgestelde vragen over pancreatitis bij de hond

Wat is de beste voeding voor een hond met pancreatitis?

Een vetarm, licht verteerbaar dieet is de basis. Het is belangrijk om direct te beginnen met (dwang)voeren, dat draagt bij aan het herstel.

Welke medicijnen zijn belangrijk voor een hond met pancreatitis?

Afhankelijk van het ziektebeeld is het belangrijk dat een hond met acute pancreatitis wordt behandeld met infuus, forse pijnstilling en medicijnen tegen misselijkheid en braken. Als er complicaties optreden, kunnen extra medicijnen nodig zijn.

Wat is de prognose van pancreatitis bij de hond?

Dat varieert sterk en is daarom lastig te voorspellen. Milde gevallen kunnen binnen enkele dagen herstellen. Honden met ernstige pancreatitis liggen soms een week of langer opgenomen in een dierenziekenhuis voor intensieve behandeling en monitoring.

Kan een hond doodgaan aan pancreatitis?

Ja, dat kan helaas. Milde pancreatitis gaat meestal over met goede ondersteuning. Bij ernstige pancreatitis, met complicaties zoals nierfalen of ademhalingsproblemen, is de prognose minder gunstig. Een snelle diagnose en intensieve behandeling zijn cruciaal.

Kan pancreatitis terugkomen?

Ja. Honden die eenmaal pancreatitis hebben gehad, hebben een verhoogd risico op herhaling. Daarom is het belangrijk om een vetarm dieet te blijven geven en ziektes te behandelen die het risico op pancreatitis vergroten, zoals stofwisselingsziektes of hypertriglyceridemie.