In het kort
Giardia is een veelvoorkomende darmparasiet bij honden. Bij het ene dier leidt een infectie met Giardia tot hardnekkige diarree, terwijl de ander er totaal geen last van lijkt te hebben. Herbesmettingen komen geregeld voor, omdat de parasiet gemakkelijk lange tijd in de omgeving kan overleven. Het is daarom belangrijk om niet alleen je hond, maar ook de omgeving te behandelen. Als het ondanks alle inspanningen niet lukt om jouw hond klachtenvrij te krijgen, dan is het ook verstandig om naar andere oorzaken voor diarree te zoeken.
Snel verder naar
Het bestrijden van Giardia kan een uitdaging zijn. Als jouw hond niet van de infectie af lijkt te komen, kan je worden doorgestuurd naar een internist. Als je graag een second opinion wil over de beste vervolgstappen, kun je ook een digitaal consult aanvragen bij Bart Ruijter, internist voor dieren.
Giardia is een microscopisch kleine, eencellige parasiet die buiten op heel veel plekken aanwezig is. We vinden hem vooral op plekken waar vaak honden of katten komen. Geïnfecteerde dieren verspreiden de parasiet via hun ontlasting en besmetten zo de omgeving. Jouw gezonde hond wordt besmet door het opeten van Giardia-parasieten, bijvoorbeeld door de poten schoon te likken na een wandeling door een besmet grasveldje.
Als een hond eenmaal besmet is met Giardia, dan zal de parasiet zich in de darmen gaan vermenigvuldigen. Dat kan binnen één à twee weken leiden tot maagdarmklachten, maar hoeft niet. Een deel van de honden heeft namelijk een subklinische infectie: ze zijn wel besmet, maar zijn niet ziek.
Symptomen
De meeste honden met Giardia hebben geen ziekteverschijnselen. Als honden wel ziek worden, dan leidt de infectie in de meeste gevallen tot acute, stinkende, brijige tot waterdunne diarree waar soms ook slijm bij zit. De ontlasting kan wat vettiger worden doordat de vertering niet goed verloopt. Sommige honden vallen af. Bij hardnekkige infecties kan er sprake zijn van regelmatig terugkerende of chronische darmklachten.
Diagnose
Giardia wordt vastgesteld met ontlastingsonderzoek. De meest gebruikte testen zijn de zogenoemde SNAP-test en de flotatietest. Voor beide testen is het belangrijk om deze uit te voeren op een verzamelmonster, bijvoorbeeld drie monsters van drie opeenvolgende dagen. De parasiet wordt namelijk niet continu uitgescheiden, waardoor afwezigheid in één ontlastingsmonster een infectie niet volledig uitsluit.
- De SNAP-test is een sneltest waarmee je dierenarts vaak al binnen tien minuten kan vaststellen of er stukjes Giardia in het ontlastingsmonster aanwezig zijn. De SNAP-test is zeer gevoelig, wat betekent dat hij bijna altijd positief is als Giardia in het monster aanwezig is. Maar de SNAP-test kan geen onderscheid maken tussen levende en dode Giardia-parasieten. Het is daarom niet nuttig om deze direct na een behandeling uit te voeren: de test zal positief uitslaan terwijl er mogelijk alleen nog dode parasieten in de ontlasting zitten.
- Een flotatietest is een uitgebreidere test die in de meeste gevallen in een extern laboratorium wordt uitgevoerd. Er wordt specifiek naar intacte/levende Giardia-parasieten gezocht, waardoor deze test minder snel vals-positief zal uitslaan dan de SNAP-test.
Behandeling
Er zijn talloze behandelprotocollen beschreven voor Giardia: kort, lang, één medicijn, meerdere medicijnen, etc. Er is geen bewijs dat het ene protocol beter is dan het andere. Als je hond besmet is en ziek is van Giardia, dan adviseert Bart Ruijter een behandeling met fenbendazol (1x daags 50 mg/kg gedurende 3 dagen). Werkt dit onvoldoende, dan kan deze behandeling worden herhaald of er kan als alternatief metronidazol worden gegeven (2x daags 25 mg/kg gedurende 5 dagen). Hij raadt een tweede behandeling (fenbendazol of metronidazol) alleen aan als én de klachten niet zijn verdwenen én een flotatietest nog Giardia heeft aangetoond. Als jouw hond geen klachten meer vertoont, is een tweede behandeling niet zinvol, zelfs niet als hij of zij na de behandeling nog positief is getest op Giardia. Als jouw hond na de behandeling nog wel (terugkerende) klachten heeft, maar geen Giardia meer in de ontlasting heeft, is een tweede behandeling niet zinvol. Dan is er waarschijnlijk een andere oorzaak.
Het is niet zinvol om ontlastingsonderzoek te herhalen als jouw hond van de behandeling is opgeknapt. Ook gezonde dieren kunnen positief testen op Giardia en een SNAP-test kan bovendien positief uitslaan door de aanwezigheid van dode parasieten na een effectieve behandeling. Een positief getest dier zonder ziekteverschijnselen hoeft daarom niet (opnieuw) te worden behandeld.
Behalve de behandeling met medicijnen zijn ook de volgende punten essentieel om een Giardia-infectie effectief te bestrijden:
- Behandel alle honden en katten in een huishouden, ook als deze gezond lijken. Er is namelijk een kans dat zij de parasiet uitscheiden en zo jouw zieke huisdier opnieuw besmetten.
- Was je hond met een hondenshampoo. Hierbij is het vooral belangrijk om de achterhand en de omgeving van de anus (perineum) schoon te maken. Op deze manier verwijder je zoveel mogelijk parasieten van de vacht. Dit verkleint de kans dat jouw hond zichzelf opnieuw besmet. Na het wassen kun je jouw hond het beste in een schone omgeving terugplaatsen (zie hieronder).
- Behandel de omgeving. Giardia is in staat om maandenlang in de omgeving te blijven leven, vooral als het er koud en vochtig is. Door de omgeving schoon te maken, kun je dat voorkomen. Kleedjes, mandjes, etc. kun je wassen op minstens 60 graden Celcius. Voorwerpen die niet in de wasmachine kunnen, zouden kunnen worden gestoomd (minstens één minuut warmer dan 70 graden Celcius). Ruimtes waar je hond verblijft moeten goed stofvrij (stofzuigen) en vetvrij (water en zeep) worden gemaakt, waarna ze je kan reinigen met chloor of quaternaire ammoniumzouten.
Blijft jouw hond ondanks diverse behandelingen een positieve test en ziekteverschijnselen houden? Dan kan het zijn dat er (ook) een andere onderliggende oorzaak is.
Giardia bij mensen
Giardia is een zoönose: een ziekte die van dier naar mens kan overspringen. In de praktijk blijkt dat mensen voornamelijk een infectie oplopen met een “mensen-Giardia” en honden een infectie met een “honden-Giardia”. Toch is het verstandig om goed op de hygiëne te letten, in het bijzonder wanneer het gaat om kinderen, zwangeren, ouderen en mensen met een verminderde weerstand. Als je zelf klachten krijgt, raadpleeg dan altijd je huisarts.
Bart Ruijter, internist voor dieren, heeft veel ervaring met de behandeling van honden met hardnekkige maagdarmklachten en Giardia-infecties. Wil je graag een second opinion over de beste vervolgstappen? Vraag dan een digitaal consult aan.
Laatste controle inhoud: 01-04-2025