In het kort
Sommige honden zijn overgevoelig voor iets in hun eten. Bij de één is dat vanaf de geboorte al zo, maar er zijn ook honden die dit gedurende hun leven ontwikkelen. In de meeste gevallen is een dierlijk eiwit uit het voer de boosdoener. Er is helaas geen snelle test om voedselallergie vast te stellen, dit kan alleen met behulp van een eliminatiedieet.
Snel verder naar
Het is niet altijd makkelijk om een voedselovergevoeligheid vast te stellen. Jouw eigen dierenarts kan je dan doorsturen naar een dermatoloog of internist voor de diagnose en behandeling. Als je graag een second opinion wil over de beste vervolgstappen, kun je ook een digitaal consult aanvragen bij Bart Ruijter, internist voor dieren.
Een allergie en een intolerantie zijn twee verschillende varianten van een voedselovergevoeligheid. We spreken over een allergie als je hond klachten heeft door een overdreven reactie van het afweersysteem op een ingrediënt in de voeding. Bij een intolerantie kan je hond exact dezelfde klachten hebben, maar bij een intolerantie is er geen sprake van een verkeerde immuunreactie. De allergie komt waarschijnlijk het meeste voor, maar in de praktijk kunnen we de twee vormen soms moeilijk van elkaar onderscheiden.
Oorzaak
Een voedselallergie ontstaat doordat het afweersysteem in de darmen verkeerd reageert op specifieke eiwitten in voedsel. Het immuunsysteem in de darmen moet je hond beschermen tegen schadelijke stoffen, zoals gevaarlijke virussen en bacteriën. Maar niet alles wat in de darmen leeft (bv. positieve bacteriën) of voorbijkomt (bv. voedingsstoffen) is schadelijk. Het immuunsysteem is er normaalgesproken heel goed in om vast te stellen wat goed is (geen reactie) en wat niet (wel reactie). Maar soms gaat het mis: de afweercellen zien een onschuldig voedingsmiddel plotseling aan als gevaarlijke stof en komen dan in actie. Het blijkt vaak te gaan om rundvlees, kippenvlees, maïs, ei of zuivel. De eerste keer dat dit gebeurt, levert het doorgaans geen problemen op. Maar als het vaker gebeurt, dan heeft het immuunsysteem dit “onthouden” en zal het sneller en heftiger reageren: er treedt een allergische reactie op. Waarom dit bij de ene hond wel misgaat en bij de ander niet, dat is niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk heeft het te maken met een combinatie van onder meer erfelijke aanleg, omgevingsfactoren, acute beschadigingen van de darmwand en de samenstelling van de darmflora. Dit verklaart waarom honden ook op latere leeftijd nog een voedselallergie kunnen ontwikkelen.
Symptomen
Een voedselovergevoeligheid treedt in de meeste gevallen op jonge leeftijd op. Het kan leiden tot huidklachten, maagdarmklachten of een combinatie hiervan. Soms is er ook sprake van vage klachten, zoals lusteloosheid.
De huidklachten kenmerken zich door jeuk (likken, krabben, bijten), vaak op plekken als de oren, oksels, liezen en/of poten. Vaak gaat het gepaard met een oor-/huidinfectie met gisten of bacteriën. De huid kan rood zijn bij een acute ontsteking of donker verkleuren bij chronische problemen. Witte vacht kan roestbruin van kleur worden door het vele likken.
Heeft jouw hond maagdarmklachten als gevolg van een voedselovergevoeligheid, dan kunnen bijvoorbeeld slechte eetlust, misselijkheid, braken, buikpijn of -krampen, diarree, borrelende buik en/of gewichtsverlies opvallen. Bij sommige honden zijn deze klachten continu aanwezig, andere hebben juist ups en downs. Belangrijk is ook dat niet elke hond precies dezelfde klachten hoeft te hebben.
Diagnose
De enige manier om een voedselovergevoeligheid vast te stellen, is met behulp van een eliminatiedieet. Je hond krijgt dan een hypoallergeen dieet: een voer waarin mogelijke allergenen zijn uitgesloten. Dit kan een voer zijn op basis van een eiwitbron die je hond nog niet kent of een voer op basis van gehydrolyseerde eiwitten (eiwitten die zo klein zijn gemaakt dat ze niet meer herkend worden als allergeen). Na twee weken kan de eerste verbetering zichtbaar worden, maar voor een optimaal resultaat wordt geadviseerd om het minstens zes weken (maagdarmklachten) of twaalf weken (huidklachten) te blijven geven. In deze periode mag je hond niets anders eten dan het testdieet, tenzij je anders hebt afgesproken met je dierenarts, dermatoloog of internist. In (hypoallergene) snoepjes, koekjes of voeding kunnen namelijk stoffen zitten waarop je hond verkeerd reageert. Let er ook goed op dat je hond niet stiekem etensrestjes in huis of dingen van straat opeet.
Het is belangrijk dat voordat er met het eliminatiedieet wordt gestart, ook aandacht is besteed aan andere oorzaken voor de klachten. Er zijn verschillende ziektes die vergelijkbare symptomen kunnen geven, zoals vlooien bij jeuk of een infectie met Giardia bij diarree. Ook is het belangrijk om complicerende factoren aan te pakken, zoals een bacteriële huidinfectie of vitamine B12-tekort. Als dat niet wordt behandeld, dan zal je hond klachten blijven houden ondanks dat je het eliminatiedieet heel strikt geeft.
Er zijn bedrijven die bloedtesten aanbieden om te testen wat je hond wel of niet kan eten, maar dit is niet betrouwbaar. Ook een huidtest bij huidklachten of endoscopie bij maagdarmklachten kan een allergie of intolerantie niet met zekerheid vaststellen.
Behandeling
Als eenmaal is vastgesteld dat jouw hond een voedselovergevoeligheid heeft, dan kan in veel gevallen de rest van het leven het testdieet worden gevoerd. Als het testdieet geen complete voeding was, dan zijn er twee opties: overstappen op een hypoallergeen dieet dat wél volledig is of het testdieet compleet maken in samenspraak met je dierenarts, specialist of een voedingsdeskundige.
Een enkele keer is het mogelijk om terug te keren naar de oude voeding. Je hond had dan blijkbaar geen allergie, maar slechts een tijdelijke verstoring, en het is dus niet nodig om levenslang een hypoallergeen dieet voeren. Maar vaker is er wél sprake van een allergie en zal je hond toch weer ziekteverschijnselen ontwikkelen. Dan zul je alsnog het hypoallergene voer moeten geven.
Hoewel het medisch gezien niet noodzakelijk is, is het begrijpelijk dat je na verloop van tijd jouw hond met voedselallergie ook af en toe wat anders wil geven. Het beste kun je dan voor een plantaardige of hypoallergene beloning kiezen. Zo zijn er snacks van gedroogd vlees van verschillende diersoorten, zijn sommige honden dol op groenten en zijn er speciale boomwortels voor honden om op te kauwen. Verander maximaal één ding per maand. Als het mis gaat, dan weet je in dat geval wat de oorzaak is en kun je er direct weer mee stoppen.
Provocatietest
Als jouw hond is gediagnosticeerd met een voedselovergevoeligheid, dan kun je met een provocatietest uitzoeken welke ingrediënten hij niet kan verdragen. Bij een provocatietest wordt gedurende enkele weken een mogelijk allergeen toegevoegd aan het dieet. Je blijft dan het hypoallergene dieet voeren en geeft je hond daarnaast bijvoorbeeld steeds wat rundvlees. Gaat dat fout, dan weet je dat je hond niet tegen rundvlees kan. Dit kun je vervolgens ook doen voor kippenvlees, eieren, melkproducten, maïs, varkensvlees, vis, etc.
In principe is het niet essentieel om provocatietests uit te voeren. Je kunt je hond ook gewoon strikt hypoallergeen voer blijven geven, al dan niet aangevuld met plantaardige of hypoallergene snacks.
Bart Ruijter, internist voor dieren, heeft veel ervaring met de diagnose en behandeling van honden met maagdarmklachten door voedselovergevoeligheid. Wil je graag een second opinion over de beste vervolgstappen? Vraag dan een digitaal consult aan.
Laatste controle inhoud: 01-04-2025