FGESF bij katten: oorzaken, diagnose, behandeling en prognose

Feline Gastrointestinal Eosinophilic Sclerosing Fibroplasia (FGESF) is een zeldzame maar ernstige darmziekte bij katten die makkelijk verward wordt met kanker, IBD of FIP. Ik leg je uit wat FGESF is, hoe de diagnose wordt gesteld en welke behandelingen het beste werken. En je leest waarom een online second opinion bij twijfel veel kan opleveren.

Wat is FGESF bij katten?

FGESF staat voor Feline Gastrointestinal Eosinophilic Sclerosing Fibroplasia. Dat is een hele mond vol, maar de naam vertelt eigenlijk al wat er gebeurt in het lichaam van je kat. Er vormen zich ontstekingshaarden in de maag- en darmwand, opgebouwd uit eosinofielen (een type witte bloedcel) en littekenweefsel. Het resultaat zijn vaak harde massa’s die bij lichamelijk onderzoek voelbaar zijn en er op een röntgenfoto of echo verdacht uit kunnen zien.

De exacte oorzaak is nog niet volledig opgehelderd. Wetenschappers vermoeden dat een abnormale immuunreactie een belangrijke rol speelt. Eosinofielen raken overactief, beschadigen de darmwand en zetten een cyclus in gang van ontsteking, weefselgroei en littekenvorming. Dit leidt uiteindelijk tot de massa’s die bij FGESF worden gevonden.

Meerdere factoren lijken bij te dragen aan het ontstaan van FGESF, al is geen ervan definitief bewezen: voeding, een disbalans van de darmflora, het inslikken van vreemde materialen, infecties (bacteriën, parasieten en schimmels zijn beschreven, maar niet in alle gevallen aanwezig en waarschijnlijk eerder secundair dan oorzakelijk), en beschadigingen aan de darmwand door bijvoorbeeld opgegeten botten.

Belangrijk om te weten: er is géén bewezen verband tussen FGESF en bekende infectieziekten zoals FIV, FeLV en feline coronavirus (FIP).


Welke katten lopen het meeste risico op FGESF?

FGESF komt het vaakst voor bij volwassen katten van middelbare leeftijd. De gemiddelde leeftijd is ongeveer 5 jaar. De ziekte wordt vaker gezien bij raskatten, met name bij de Ragdoll, Exotic Shorthair en Pers.


Hoe herken je FGESF? De meest voorkomende klachten

Doordat FGESF zich voornamelijk in het maagdarmkanaal afspeelt, zijn de klinische verschijnselen herkenbaar maar ook aspecifiek. Symptomen die vaak voorkomen zijn gewichtsverlies (60%), verminderde eetlust (55%), chronisch braken (37%), sloomheid (35%) en chronische diarree (27%). Vaak lopen katten al enkele maanden en soms zelfs jaren met één of meerdere van deze verschijnselen rond voordat de diagnose wordt gesteld, waarschijnlijk omdat veel katteneigenaren en dierenartsen niet direct aan FGESF zullen denken.

Bij meer dan de helft van alle katten met FGESF is bij lichamelijk onderzoek een massa in de buik voelbaar. In sommige gevallen wordt de massa per toeval ontdekt, bijvoorbeeld tijdens een jaarlijkse gezondheidscheck.


Hoe wordt FGESF gediagnosticeerd? En wat maakt het zo lastig?

Zoals gezegd worden bij lichamelijk onderzoek vaak één of meerdere diktes in de buik gevoeld. De massa’s bevinden zich het vaakst in de dunne darm (32%) en de maag (27%), gevolgd door de overgang van dunne naar dikke darm (ileocolische overgang, 15%), dikke darm (10%), lymfeklieren (8%) en het mesenterium (8%). Bij 15% van de katten worden massa’s op meer dan één locatie gevonden.

Bloedonderzoek toont bij ongeveer de helft van de katten een verhoogd aantal eosinofielen en bij ruim een kwart een verlaagd albuminegehalte.

Een buikecho is een goede manier om massa’s in beeld te brengen en andere oorzaken van de ziekteverschijnselen uit te sluiten. Een röntgenfoto kan ook nuttige informatie opleveren, maar is meestal minder waardevol dan een echo. Een CT of MRI van de buik is in de meeste gevallen niet nodig als er ook een echo gemaakt kan worden.

Een weefselbiopt is de gouden standaard. In veel gevallen zal er bij katten met een massa in de buik eerst een dunne naald aspiratiebiopt worden genomen voor cytologisch onderzoek. Voor FGESF is dit niet voldoende, maar toch raad ik het vaak wel aan als eerste stap. Het is namelijk een weinig ingrijpende manier is om te screenen op andere ziektes, met name tumoren zoals maligne lymfoom. Bovendien zijn sommige bevindingen suggestief voor FGESF, zoals een “korrelig” gevoel bij het aanprikken van de massa en het vinden van opvallend veel eosinofiele ontstekingscellen in het monster. Echter, een definitieve diagnose vereist een weefselbiopt, waarbij stukjes weefsel worden afgenomen via endoscopie, met een dikke naald of tijdens een operatie. Met histologisch onderzoek kan in deze weefselmonsters het kenmerkende beeld van eosinofiele ontsteking met fibrose worden aangetoond.


Hoe wordt FGESF behandeld bij katten?

De behandeling van FGESF is de afgelopen jaren duidelijk verbeterd dankzij het onderzoek dat er naar gedaan is. De basis van de therapie bestaat uit een langdurige, vaak levenslange behandeling met corticosteroïden (bv. prednisolon). Vroegtijdig stoppen van deze medicatie leidt vaak tot een terugval.

Soms worden corticosteroïden gecombineerd met hypoallergeen voer of andere immunosuppressiva. De meerwaarde van deze behandelingen is onduidelijk. Hoewel er soms bacteriën in de biopten worden teruggevonden, heeft een antibioticumkuur geen bewezen nut.

Operatieve verwijdering van de massa(‘s) is niet altijd nodig. Katten waarbij alleen een chirurgisch biopt wordt genomen lijken een even goede prognose te hebben als katten waarbij de hele massa wordt weggenomen. Voorwaarde is dan wel dat ze ook prednisolon krijgen en er geen acuut gevaar is door de massa (bv. een darmafsluiting).


Wat is de prognose van FGESF bij katten?

Katten die op de juiste manier worden gediagnosticeerd en behandeld hebben overwegend een goede prognose. In een grote studie was 88% van de katten nog in leven op het moment van publiceren, waardoor de gemiddelde overlevingstijd niet kon worden berekend, simpelweg omdat te weinig katten waren overleden gedurende de eerste jaren van behandeling.

Toch lukt het niet om bij elke kat met FGESF de ziekteverschijnselen onder controle te krijgen. Het is dan belangrijk om vast te stellen dat de diagnose klopt, de behandeling optimaal is en dat er geen andere aandoeningen gelijktijdig spelen. Met de juiste aanpak is een goede kwaliteit van leven voor de meeste katten haalbaar.


Twijfel over de diagnose of behandeling van jouw kat? Vraag een online second opinion aan

FGESF is een zeldzame aandoening, waardoor er bij veel dierenartsen nog relatief weinig kennis is over de beste aanpak. Dat is jammer, want met een tijdige en juiste aanpak zijn de vooruitzichten vaak gunstig. Maak jij je zorgen over jouw kat en wil je geen waardevolle tijd verliezen? Dan kan ik je met een digitaal consult direct op weg helpen. Je hoeft daarvoor je kat niet te vervoeren: ik bekijk het dossier op afstand en geef je per mail of tijdens een videoconsult een gespecialiseerd advies.

Bart Ruijter is Europees specialist interne geneeskunde bij honden en katten. Naast zijn werk als specialist in een dierenziekenhuis, biedt Bart digitale second opinions en consulten via internistvoordieren.nl.


Veelgestelde vragen over FGESF bij katten

Wat is FGESF bij katten?

FGESF staat voor Feline Gastrointestinal Eosinophilic Sclerosing Fibroplasia. Het is een zeldzame ontstekingsziekte van het maagdarmkanaal bij katten, waarbij harde massa’s van eosinofiele cellen en littekenweefsel ontstaan.

Hoe wordt FGESF bij katten gediagnosticeerd?

De definitieve diagnose vereist een weefselbiopt voor histologisch onderzoek. Minder invasieve methoden, zoals bloedonderzoek, echografie en dunne naald aspiratiebiopt kunnen aanwijzingen geven, maar zijn niet bewijzend.

Welke katten zijn gevoelig voor FGESF?

FGESF komt het vaakst voor bij volwassen katten van gemiddeld 5 jaar oud. Het wordt vaker gezien bij de Ragdoll, Exotic Shorthair en Pers.

Hoe wordt FGESF bij katten behandeld?

De behandeling bestaat doorgaans uit langdurige of levenslange toediening van prednisolon, eventueel in combinatie met chirurgische verwijdering van de massa. Onderzoek laat zien dat chirurgie op zichzelf geen voorwaarde is voor een goede uitkomst, mits corticosteroïden worden gegeven. Bij 85% van de katten die stoppen met prednisolon treedt terugval op, dus langdurige begeleiding is essentieel.

Wat is de prognose van FGESF bij katten?

De prognose is veel beter dan vroeger gedacht: in de grootste studie tot nu toe was 88% van de katten nog in leven bij follow-up. De prognose hangt sterk af van een correcte diagnose. FGESF wordt nog regelmatig verward met lymfoom of andere tumoren, wat onterecht een slechte prognose kan suggereren.