Longworm hond

In het kort
Longwormen beschadigen de luchtwegen van je hond en veroorzaken ademhalingsproblemen. Er zijn verschillende soorten, maar bij honden in Nederland betreft het meestal Angiostrogylus vasorum (de rest van de tekst gaat daarom over deze parasiet). “Longworm” is eigenlijk een wat ongelukkig gekozen benaming. Angiostrongylys vasorum woont namelijk niet in de long zelf, maar in de bloedvaatjes van de long en in de rechterhelft van het hart. Omdat deze parasiet voor het eerst in Frankrijk is beschreven, wordt hij ook “Franse hartworm” genoemd.

Snel verder naar

Levenscyclus

Longwormen hebben een indirecte levenscyclus, wat betekent dat ze een tussengastheer nodig hebben voordat ze hun eindgastheer (hond, wolf, vos) kunnen infecteren. In longvaatjes van een besmette hond, wolf of vos leggen volwassen wormen hun eitjes. Die stromen door naar de kleinste bloedvaatjes van de longen, waarna larfjes uit hun ei kruipen. De larven dringen door de bloedvatwand heen, een longblaasje in. Daar wachten ze tot ze worden opgehoest, doorgeslikt en uitgepoept.

Eenmaal uitgepoept worden ze opgegeten door een tussengastheer, een slak. Dit is essentieel voor de ontwikkeling van een longwormlarve. In de slak groeit deze uit van een niet-besmettelijke larve (de “L1-larve”) tot een besmettelijke larve (“L3-larve”). Een hond besmet zich door een (deel van een) slak met L3-larfjes op te eten. In de darm van de hond komen deze larven vrij en die verspreiden zich vervolgens via het bloed- en lymfestelsel. Tijdens hun reis door het lichaam, die één à twee maanden duurt, maken ze nog enkele ontwikkelingen door. Hierdoor komen ze uiteindelijk als volwassen longwormen in het hart en de longvaten aan.

Honden besmetten zich niet alleen door zichtbaar slakjes te eten. Ze kunnen ook stukjes slak binnenkrijgen door bijvoorbeeld het eten van gras of spelen met stokken. Tot slot kunnen sommige dieren, zoals kikkers, besmet raken met L3-larven zonder zelf een daadwerkelijke longworminfectie op te lopen. Als een hond zo’n besmette kikker zou opeten, dan kan hij ook een longworminfectie oplopen.

Symptomen

De meeste honden met een longworminfectie zijn jong. De gemiddelde leeftijd op moment van diagnose is ongeveer één jaar, maar met een zeer brede range van enkele maanden leeftijd tot meer dan tien jaar oud. Omdat de parasieten de longen beschadigen, is er in de meeste gevallen sprake van chronisch hoesten, benauwdheid en een verminderd uithoudingsvermogen. Daarnaast kan de aanwezigheid van parasieten in de bloedvaten leiden tot problemen met de bloedstolling, zoals een bloedneus of neurologische klachten in geval van een hersenbloeding. Door overbelasting van het hart kan hartfalen optreden. Sommige honden zijn zó ziek dat ze overlijden.

Diagnose

Op basis van het ziektebeeld, een algemeen bloedonderzoek en röntgenfoto’s of CT van de longen kan je dierenarts jouw hond verdenken van een longworminfectie. Om de infectie te bewijzen, moet de parasiet worden aangetoond. Daarvoor bestaan verschillende methodes:

  • Ontlastingsonderzoek: een voordeel van ontlastingsonderzoek ten opzichte van bloedonderzoek (zie hieronder), is dat diverse soorten longwormlarven ermee kunnen worden vastgesteld. In spoedgevallen kan een uitstrijkje van de ontlasting direct onder de microscoop worden bekeken, maar bij 45-50% van de geïnfecteerde honden is deze test vals-negatief. Daarom wordt liever de Baermann-methode uitgevoerd. Deze test wordt beschouwd als zeer betrouwbaar, maar kent ook enkele nadelen. Omdat longwormlarven niet continu worden uitgepoept, is het advies om monsters van drie opeenvolgende dagen op te vangen. Daarnaast mag de ontlasting niet te oud zijn voordat de test wordt uitgevoerd, omdat de larven nog moeten leven voor een betrouwbare uitslag.
  • Bloedonderzoek: met een speciale sneltest (Angio Detect van IDEXX) kan binnen een kwartier met ongeveer 97% zekerheid worden vastgesteld of jouw hond is besmet met Angiostrongylus vasorum. In een beperkt aantal gevallen is de test dus vals-negatief. Daarnaast is deze test alleen bedoeld voor het vaststellen van een longworminfectie met Angiostrongylus vasorum, dus andere luchtwegparasieten kunnen er niet mee worden onderzocht.
  • Celonderzoek van een longspoelsel: omdat de larven zich in de longblaasjes bevinden, kan worden geprobeerd om deze met een longspoeling (bronchoalveolaire lavage) te verzamelen. Met microscopisch onderzoek kunnen in het monster tussen ontstekingscellen diverse larven zichtbaar zijn (zie rode pijltjes in de afbeelding). Een belangrijk nadeel van een longspoelsel is dat het onder narcose moet worden afgenomen. Een voordeel is dat er ook andere ziektes mee kunnen worden onderzocht, zoals een bacteriële longontsteking en chronische bronchitis.

Behandeling en prognose

Honden met een longworminfectie worden behandeld met een ontwormingsmiddel. Er zijn diverse opties: tabletten met fenbendazol of milbemycine, spot-on producten met imidacloprid/moxidectine, of een injectie met ivermectine. Al deze behandelingen hebben een vrij vergelijkbare effectiviteit van 85-90%.

In het begin van de behandeling is het belangrijk om je hond ook rustig te houden. Snelle sterfte van de wormen kan leiden tot een anafylactische shock. Soms zullen hiervoor (preventief) aanvullende medicijnen worden gebruikt, zoals corticosteroïden. Bij ernstige benauwdheid en/of ontwikkeling van hartfalen kan het nodig zijn om je hond tijdelijk op te nemen om extra zuurstof en/of vochtafdrijvers te kunnen toedienen.

Ongeveer 90% van de behandelde honden overleeft de infectie. De prognose is slechter wanneer er ook sprake is van een bloedingsstoornis; dan daalt de kans op overleving tot 66%.

Na drie tot zes weken kan met een controle van de ontlasting (Baermann-methode) worden gecontroleerd of de infectie effectief is bestreden.

Longworminfectie voorkomen

Volledig voorkomen van een longworminfectie is lastig. Wel is het verstandig om te voorkomen dat je hond tussengastheren eet, zoals slakjes of kikkers. Bij verhoogd risico kan preventief elke maand worden ontwormd met een middel dat tegen longwormen werkt en/of periodiek ontlastingsonderzoek worden uitgevoerd.