Veel drinken en plassen bij de kat (PU/PD): de belangrijkste oorzaken

Snel verder naar

Wanneer drinkt een kat te veel?

Gemiddeld drinkt een gezonde kat 50 ml water per kilo lichaamsgewicht per dag, wat voor een kat van 4 kilo neerkomt op ongeveer 200 ml per dag. Let op, dit is een gemiddelde. Drinkt jouw kat plotseling veel meer dan gebruikelijk, dan is het altijd verstandig om dit nader te laten onderzoeken, ongeacht hoeveel ml water per kilo lichaamsgewicht hij drinkt.

Ben je onlangs ander voer gaan geven aan je kat? Dan kan het zijn dat daar bijvoorbeeld meer zout of minder vocht in zit en dat hij daarom meer dorst heeft. Je zou dan eerst kunnen kijken of het beter gaat als je het oude voer weer geeft.

Wanneer plast een kat te veel?

Voor een dierenarts of internist is het belangrijk om onderscheid te maken tussen veel plassen en vaak plassen. Met veel plassen bedoelen we dat jouw kat grote plassen doet. Waarschijnlijk zie je hem ook iets vaker naar de kattenbak gaan. De meeste katten die meer plassen, drinken (ter compensatie) ook meer.

Met vaak plassen bedoelen we dat een kat ontzettend veel kleine plasjes doet, bijvoorbeeld omdat er sprake is van een blaasontsteking. Je kat gaat misschien af en aan op de kattenbak of plast kleine beetjes buiten de bak. De meeste katten die vaker plassen, drinken niet overmatig. Let op: als je kat veelvuldig probeert te plassen terwijl er niets uitkomt, kan de plasbuis verstopt zitten. Dit is een spoedgeval!

De 6 meest voorkomende oorzaken van PU/PD bij katten

De complete lijst van oorzaken voor overmatig drinken en plassen bestaat uit wel meer dan 20 ziektes. De meest voorkomende bij katten zijn:

1. Nierproblemen

Als de nieren niet goed in staat zijn om de urine te concentreren, dan zal je kat veel vocht verliezen. Ter compensatie zal je kat veel meer gaan drinken. Dit gebeurt zowel bij acuut als chronisch nierfalen.

2. Leverproblemen

Ziektes als hepatitis, leverkanker of een levershunt kunnen de leverfunctie ernstig verstoren. Dat verstoort op zijn beurt de capaciteit van de nieren om de urine goed te concentreren.

3. Te snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie)

Een overschot aan schildklierhormoon stimuleert de doorbloeding van de nieren te veel. Dat kan er voor zorgen dat de nieren minder goed in staat zijn om geconcentreerde urine te produceren. Bij mensen is bekend dat hyperthyreoïdie ook primaire polydipsie (zie hieronder) kan veroorzaken.

4. Suikerziekte (diabetes mellitus)

Katten met suikerziekte hebben zo veel suiker (glucose) in hun bloed, dat ze dit voor een deel uitplassen. Als urine veel suiker bevat, dan trekt dit meer vocht naar de urine. Dat noemen we osmotische diurese.

5. Hypercalcemie

Een hoge concentratie calcium in het bloed verstoort de werkzaamheid van het hormoon ADH. Hypercalcemie is geen diagnose maar een verschijnsel van een onderliggende aandoening, zoals chronische nierziekte of een vorm van kanker. Bij een deel van de katten wordt nooit een oorzaak gevonden.

6. Medicijnen

Gebruikt jouw kat medicijnen, zoals corticosteroïden (prednison), vochtafdrijvers (furosemide) of anti-epileptica (fenobarbital)? Dan kan er sprake zijn van een bijwerking.

Waarom drinkt en plast mijn kat zo veel?

Omdat er zo veel oorzaken zijn die kunnen leiden tot veel drinken en plassen, kan het een hele puzzel zijn om de diagnose te stellen. Als internist voor dieren begin ik vaak met simpele onderzoeken en breid ik de diagnostiek steeds verder uit, totdat de oorzaak helder is.

Wat kun je zelf doen?

  • Hoeveelheid water meten: om een idee te krijgen hoeveel je kat drinkt, kun je thuis meten hoeveel water hij op een dag drinkt. Vul een maatbeker met water, vul het waterbakje regelmatig en meet hoeveel je de volgende ochtend nog over hebt.
  • Urine opvangen: de eerste test die ik graag laat uitvoeren als een kat veel plast, is een urineonderzoek om te meten hoe geconcentreerd deze is. Je kunt een lege kattenbak of plastic kattenbakkorrels gebruiken om thuis urine op te vangen bij je kat. Als het soortelijk gewicht van de urine 1.035 of hoger is zonder aanwezigheid van suiker, dan is je kat in staat de urine goed te concentreren. Je kunt in dit geval wat minder water aanbieden, zodat hij minder zal gaan plassen. Het kan nog wel raadzaam zijn om te zoeken naar een onderliggende oorzaak voor dit gedrag. Als er suiker in de urine zit of als het soortelijk gewicht minder dan 1.035 is door onbekende oorzaak, dan is het niet verstandig om je kat minder water te geven. Dit kan leiden tot uitdroging.

Wat kan jouw dierenarts of een internist doen?

  • Lichamelijk onderzoek: op basis van het lichamelijk onderzoek is soms al veel te zeggen over de waarschijnlijke oorzaak. Denk aan een voelbare schildklier bij een hongerige, magere, oude kat als gevolg van hyperthyreoïdie.
  • Urineonderzoek: bepaling van het soortelijk gewicht, controle op eiwit of suiker en een microscopisch onderzoek moeten altijd worden uitgevoerd. Dit kan worden aangevuld met andere urinetesten, zoals een bacteriekweek om een nierbekkenontsteking vast te stellen.
  • Bloedonderzoek: met uitgebreid bloedonderzoek kun je vaststellen of er sprake is van bijvoorbeeld een nierziekte, leverprobleem of stofwisselingsziekte. Specifieke bloedonderzoeken bewaar ik vaak voor een later stadium, als de verdenking op een zeldzamere ziekte toeneemt (bijvoorbeeld bloedonderzoek naar bijniertumoren).
  • Echo van de buik: bloedonderzoek geeft aan of een orgaan niet goed functioneert, maar een buikecho is vaak nodig om te achterhalen waarom. Sommige ziektes zijn niet vast te stellen met urine- of bloedonderzoek, maar wel met echo. In andere gevallen is een röntgenfoto, CT-scan of MRI nodig. Van afwijkende organen worden soms biopten genomen om een definitieve diagnose te stellen.
  • Andere onderzoeken: als bovenstaande onderzoeken niet leiden tot een diagnose, dan bespreek ik vaak een proefbehandeling met het medicijn desmopressine. Dit is bedoeld om de ziekte centrale diabetes insipidus te onderzoeken. Als daar geen sprake van blijkt, kan een dorstproef helpen om onderscheid te maken tussen een nierprobleem (te veel plassen) en primaire polydipsie (te veel drinken). Laat een dorstproef altijd uitvoeren onder toezicht van een dierenarts of internist, anders kan dit leiden tot ernstige uitdroging.

Waarom een online second opinion bij PU/PD?

Soms is de zoektocht naar een diagnose erg lang en wordt er niets gevonden. Of er zijn afwijkingen gevonden, maar je wil weten of deze de klachten ook verklaren. Drinkt en plast jouw kat veel, maar zien jij en je dierenarts door de bomen het bos niet meer? In een digitaal consult help ik je met het verklaren van testuitslagen, stel ik een lijst op van waarschijnlijke diagnoses en help ik bepalen wat logische vervolgstappen zijn.