Veel drinken en plassen bij de hond (PU/PD): de belangrijkste oorzaken

Snel verder naar

Wanneer drinkt een hond te veel?

Gemiddeld drinkt een gezonde hond 50 ml water per kilo lichaamsgewicht per dag. Dat betekent dat een hond van 20 kilo ongeveer 1 liter water per dag drinkt. Let op, dit is een gemiddelde. Drinkt jouw hond plotseling veel meer dan gebruikelijk, dan is het altijd verstandig om dit nader te laten onderzoeken, ongeacht hoeveel ml water per kilo lichaamsgewicht hij drinkt.

Ben je onlangs ander voer gaan geven aan je hond? Dan kan het zijn dat daar bijvoorbeeld meer zout of minder vocht in zit en dat hij daarom meer dorst heeft. Je zou dan eerst kunnen kijken of het beter gaat als je het oude voer weer geeft.

Wanneer plast een hond te veel?

Voor een dierenarts of internist is het belangrijk om onderscheid te maken tussen veel plassen en vaak plassen. Met veel plassen bedoelen we dat jouw hond grote plassen doet. De urine is vaak licht van kleur. Waarschijnlijk moet hij ook wat vaker uit dan normaal. Misschien kan je hond het niet ophouden en doet hij een grote plas in huis. De meeste honden die meer plassen, drinken (ter compensatie) ook meer.

Met vaak plassen bedoelen we dat een hond ontzettend veel kleine plasjes doet, bijvoorbeeld omdat er sprake is van een blaasontsteking. Ook dan kan je hond in huis plassen, maar zullen er dus overal kleine beetjes liggen. De meeste honden die vaker plassen, drinken niet overmatig.

De 8 meest voorkomende oorzaken van PU/PD bij honden

De complete lijst van oorzaken voor overmatig drinken en plassen bestaat uit wel meer dan 20 ziektes. De meest voorkomende bij honden zijn:

1. Nierproblemen

Als de nieren niet goed in staat zijn om de urine te concentreren, dan zal je hond veel vocht verliezen. Ter compensatie zal je hond veel meer gaan drinken. Dit gebeurt zowel bij acuut als chronisch nierfalen.

2. Leverproblemen

Ziektes als hepatitis, leverkanker of een levershunt kunnen de leverfunctie ernstig verstoren. Dat verstoort op zijn beurt de capaciteit van de nieren om de urine goed te concentreren.

3. Ziekte van Cushing

Bij deze aandoening maakt het lichaam te veel van het hormoon cortisol aan. Cortisol remt de productie en verstoort de functie van ADH, het hormoon dat in de nieren reguleert hoeveel water ze vasthouden.

4. Suikerziekte (diabetes mellitus)

Honden met suikerziekte hebben zo veel suiker (glucose) in hun bloed, dat ze dit voor een deel uitplassen. Als urine veel suiker bevat, dan trekt dit meer vocht naar de urine. Dat noemen we osmotische diurese.

5. Hypercalcemie

Een hoge concentratie calcium in het bloed verstoort de werkzaamheid van het hormoon ADH. Hypercalcemie is geen diagnose maar een verschijnsel van een onderliggende aandoening, zoals chronische nierziekte of een vorm van kanker.

6. Baarmoederontsteking (pyometra)

Bij intacte teefjes kan veel drinken een eerste alarmsignaal zijn voor een baarmoederontsteking. Bacteriën produceren gifstoffen die de nieren tijdelijk ongevoelig maken voor ADH, het hormoon dat water vasthoudt. Let op: dit is een spoedgeval!

7. Gedrag

De meeste dieren hebben last van overmatig plassen (polyurie). Omdat ze hierdoor uitdrogen, gaan ze ter compensatie meer drinken. In sommige gevallen is het juist omgekeerd: je hond heeft “besloten” om meer te gaan drinken en moet al dat extra vocht weer uitplassen. Dat noemen we primaire polydipsie of psychogene polydipsie. Dit kan bijvoorbeeld komen door stress, pijn of misselijkheid.

8. Medicijnen

Gebruikt jouw hond medicijnen, zoals corticosteroïden (prednison), vochtafdrijvers (furosemide) of anti-epileptica (fenobarbital)? Dan kan er sprake zijn van een bijwerking.

Waarom drinkt en plast mijn hond zo veel?

Omdat er zo veel oorzaken zijn die kunnen leiden tot veel drinken en plassen, kan het een hele puzzel zijn om de diagnose te stellen. Als internist voor dieren begin ik vaak met simpele onderzoeken en breid ik de diagnostiek steeds verder uit, totdat de oorzaak helder is.

Wat kun je zelf doen?

  • Hoeveelheid water meten: om een idee te krijgen hoeveel je hond drinkt, kun je thuis meten hoeveel water hij op een dag drinkt. Vul een fles met één liter water en houd bij hoe vaak je de waterbak hiermee moet vullen.
  • Ochtendurine opvangen: de eerste test die ik graag laat uitvoeren als een hond veel plast, is een urineonderzoek om te meten hoe geconcentreerd deze is. Als het soortelijk gewicht van de urine 1.025 of hoger is zonder aanwezigheid van suiker, dan is je hond in staat de urine goed te concentreren. Je kunt in dit geval wat minder water aanbieden, zodat hij minder zal gaan plassen. Het kan nog wel raadzaam zijn om te zoeken naar een onderliggende oorzaak voor dit gedrag. Als er suiker in de urine zit of als het soortelijk gewicht minder dan 1.025 is door onbekende oorzaak, dan is het niet verstandig om je hond minder water te geven. Dit kan leiden tot uitdroging.

Wat kan jouw dierenarts of een internist doen?

  • Lichamelijk onderzoek: op basis van het lichamelijk onderzoek is soms al veel te zeggen over de waarschijnlijke oorzaak. Denk aan kaalheid, dikke buik en spierverlies bij een hond met de ziekte van Cushing.
  • Urineonderzoek: bepaling van het soortelijk gewicht, controle op eiwit of suiker en een microscopisch onderzoek moeten altijd worden uitgevoerd. Dit kan worden aangevuld met andere urinetesten, zoals een bacteriekweek om een nierbekkenontsteking vast te stellen.
  • Bloedonderzoek: met uitgebreid bloedonderzoek kun je vaststellen of er sprake is van bijvoorbeeld een nierziekte, leverprobleem of stofwisselingsziekte. Specifieke bloedonderzoeken bewaar ik vaak voor een later stadium, als de verdenking op een zeldzamere ziekte toeneemt (bijvoorbeeld bloedonderzoek naar bijniertumoren).
  • Echo van de buik: bloedonderzoek geeft aan of een orgaan niet goed functioneert, maar een buikecho is vaak nodig om te achterhalen waarom. Sommige ziektes zijn niet vast te stellen met urine- of bloedonderzoek, maar wel met echo. In andere gevallen is een röntgenfoto, CT-scan of MRI nodig. Van afwijkende organen worden soms biopten genomen om een definitieve diagnose te stellen.
  • Andere onderzoeken: als bovenstaande onderzoeken niet leiden tot een diagnose, dan bespreek ik vaak een proefbehandeling met het medicijn desmopressine. Dit is bedoeld om de ziekte centrale diabetes insipidus te onderzoeken. Als daar geen sprake van blijkt, kan een dorstproef helpen om onderscheid te maken tussen een nierprobleem (te veel plassen) en primaire polydipsie (te veel drinken). Laat een dorstproef altijd uitvoeren onder toezicht van een dierenarts of internist, anders kan dit leiden tot ernstige uitdroging.

Waarom een online second opinion bij PU/PD?

Soms is de zoektocht naar een diagnose erg lang en wordt er niets gevonden. Of er zijn afwijkingen gevonden, maar je wil weten of deze de klachten ook verklaren. Drinkt en plast jouw hond veel, maar zien jij en je dierenarts door de bomen het bos niet meer? In een digitaal consult help ik je met het verklaren van testuitslagen, stel ik een lijst op van waarschijnlijke diagnoses en help ik bepalen wat logische vervolgstappen zijn.