In het kort
Gezonde katten poepen één tot twee keer per dag een stevige, goed gevormde drol. Als de ontlasting dunner is, dan noemen we dat diarree. Maar ook als er bloed of slijm bij zit, of als je kat vaker poept dan gebruikelijk, wordt dit diarree genoemd. De meeste katten met acute diarree zijn gelukkig niet heel ziek en knappen snel weer op. Als ze wél algeheel ziek zijn of als de klachten lang aanhouden, dan is verder onderzoek en een behandeling noodzakelijk.
Snel verder naar
Als jouw eigen dierenarts niet beschikt over de benodigde apparatuur of ervaring, kan je worden doorgestuurd naar een internist. Als je graag een second opinion wil over de beste vervolgstappen, kun je ook een digitaal consult aanvragen bij Bart Ruijter, internist voor dieren.
Acute diarree
De dierenarts spreekt over acute diarree als het minder dan drie weken duurt. Acute diarree kan verschillende oorzaken hebben, zoals:
- Infecties, bijvoorbeeld virussen, Giardia, wormen of Tritrichomonas
- Voeding, bijvoorbeeld bedorven eten, plotselinge wisseling of een allergie
- Bijwerking van medicijnen, bijvoorbeeld antibiotica of bepaalde pijnstillers
- Ziektes buiten het maagdarmkanaal, bijvoorbeeld een alvleesklierontsteking
Helaas blijft het vaak onduidelijk wat de precieze oorzaak voor de diarree is. Een “buikgriep” is dan de meest voor de hand liggende verklaring.
Kitten met acute diarree
Als je een kitten hebt met acute diarree, dan is het altijd verstandig om je dierenarts te raadplegen. Kittens hebben minder weerstand en minder reserves dan volwassen katten. Ze kunnen daardoor heel snel veel zieker worden.
Volwassen katten met acute diarree
De meeste volwassen katten met acute diarree worden gelukkig niet ernstig ziek. Zij knappen vaak binnen een week vanzelf op. Het kan helpen om je kat in de tussentijd te ondersteunen met een licht verteerbare voeding. Het is belangrijk dat je kat elke dag blijft eten. Let er ook op dat je kat goed drinkt, om uitdroging te voorkomen. Contact opnemen met je dierenarts hoeft niet, maar is wel verstandig als je twijfelt.
Soms is een kat met diarree duidelijk ziek. Denk bijvoorbeeld aan sloomheid, niet willen eten of drinken, en erg warm of juist koud aanvoelen. In zo’n geval is het altijd raadzaam om contact op te nemen met je dierenarts. Die kan dan beoordelen of er meer onderzoek nodig is, zoals een ontlastingsonderzoek, bloedonderzoek of echo van de buik. En je dierenarts kan een ondersteunende behandeling geven, zoals infuus bij uitdroging of medicijnen tegen misselijkheid.
Het merendeel van de katten met acute diarree heeft geen of slechts een beperkte ondersteunende behandeling nodig om op te knappen. Sommige katten krijgen last van (milde) uitdroging en moeten een infuus krijgen om beter te worden. Een infuus werkt het beste als het vocht direct via een bloedvat wordt toegediend (intraveneus infuus). Je kat moet misschien tijdelijk worden opgenomen. Een enkele kat met acute diarree is zó ziek dat hij of zij zelfs met ondersteunende maatregelen en infuus niet goed opknapt. Je kat moet dan worden doorverwezen naar een medium of intensive care van een specialistisch dierenziekenhuis. Ook de meeste van deze katten herstellen gelukkig goed.
Voeding bij diarree
Het is niet verstandig om een kat met acute maagdarmklachten tijdelijk geen eten te geven. Een kat moet iedere dag eten, anders kan er leververvetting ontstaan, wat de situatie zal verergeren. Daarnaast haalt het maagdarmkanaal zijn energie uit de passerende voedselbrij. Voor een goed herstel hebben de darmcellen dus behoefte aan eten. Daarom is het advies om een complete, licht verteerbare voeding te geven. Bij voorkeur worden vier tot zes kleine porties verspreid over de dag gevoerd. Als er ook sprake is van misselijkheid of overgeven, kan in overleg met je dierenarts een antibraakmiddel worden voorgeschreven. Als je dierenarts vermoedt dat de diarree het gevolg is van een allergie, dan kan een hypoallergeen dieet worden aangeraden.
Antibiotica, probiotica en diarreeremmers
Onderzoek toont aan dat antibiotica niet helpen bij het herstel van acute diarree, zelfs niet als er bloed in de ontlasting zit of als je kat een zieke indruk maakt. Bovendien kunnen antibiotica de darmflora ernstig verstoren, soms wel maandenlang. Dat kan negatieve effecten hebben op de lange termijn. Uitzonderingen waarbij wél antibiotica worden gebruikt:
- Sterk verminderde weerstand (veel te weinig witte bloedcellen)
- Longontsteking door verslikken in braaksel (aspiratiepneumonie)
- Vermoeden van bloedvergiftiging (hoge of juist lage temperatuur)
Een bacteriekweek van ontlasting is zelden nuttig. Vaak worden Campylobacter, Clostridium en E. coli gevonden, maar dit zijn normale darmbacteriën en ze zijn zelden de oorzaak van de klachten. Het vinden van Salmonella in een ontlastingskweek is vaak wél abnormaal. Bij een ernstige Salmonella-infectie is het daarom wel verstandig om antibiotica te geven.
Probiotica bevatten positieve bacteriën en kunnen helpen om de darmflora in balans te brengen. Uit onderzoek bij honden blijkt dat probiotica het herstel van acute diarree een klein beetje kunnen versnellen. Bij katten is hier nog geen goed onderzoek naar gedaan. Probiotica hebben niet de nadelige effecten voor de darmflora die antibiotica wel hebben. Als je kat dus niet tot één van de uitzonderingsgevallen behoort die hierboven staan en je wil iets geven in de hoop het herstel te versnellen, dan is het beter om probiotica in plaats van antibiotica te geven.
Diarreeremmers doen over het algemeen weinig kwaad, maar ze versnellen het herstel helaas ook nauwelijks.
Chronische diarree
We spreken over chronische diarree als deze meer dan drie weken aanhoudt of regelmatig terugkeert. De kans dat chronische diarree vanzelf herstelt, is zeer klein. Het is daarom raadzaam om contact op te nemen met je dierenarts, om de onderliggende oorzaak vast te stellen en te behandelen. Zo voorkom je ook dat jouw kat zieker wordt. Vaak is er sprake van een chronische darmontsteking, maar ook chronische infecties, stofwisselingsziektes, leverproblemen of tumoren behoren tot de mogelijkheden. Er kunnen verschillende onderzoeken nodig zijn om een diagnose te stellen en het een optimale behandeling voor te schrijven. Denk hierbij aan een ontlastingsonderzoek, bloedonderzoek, buikecho en/of endoscopie.
Laatste controle inhoud: 01-04-2025