Diarree hond

In het kort
Gezonde honden poepen één tot twee keer per dag een stevige, goed gevormde drol. Als de ontlasting dunner is, dan noemen we dat diarree. Maar ook als er bloed of slijm bij zit, of als je hond vaker poept dan gebruikelijk, wordt dit diarree genoemd. De meeste honden met acute diarree zijn gelukkig niet heel ziek en knappen snel weer op. Als ze wél algeheel ziek zijn of als de klachten lang aanhouden, dan is verder onderzoek en een behandeling noodzakelijk.

Snel verder naar

Acute diarree

De dierenarts spreekt over acute diarree als het minder dan drie weken duurt. Acute diarree kan verschillende oorzaken hebben, zoals:

  • Infecties, bijvoorbeeld virussen, Giardia of wormen
  • Voeding, bijvoorbeeld bedorven eten, plotselinge wisseling of een allergie
  • Bijwerking van medicijnen, bijvoorbeeld antibiotica of bepaalde pijnstillers
  • Ziektes buiten het maagdarmkanaal, bijvoorbeeld de ziekte van Addison of een alvleesklierontsteking

Helaas blijft het vaak onduidelijk wat de precieze oorzaak voor de diarree is. Een “buikgriep” is dan de meest voor de hand liggende verklaring.

Pups met acute diarree
Als je een pup hebt met acute diarree, dan is het altijd verstandig om je dierenarts te raadplegen. Pups hebben minder weerstand en minder reserves dan volwassen honden. Ze kunnen daardoor heel snel veel zieker worden.

Volwassen honden met acute diarree
De meeste volwassen honden met acute diarree worden gelukkig niet ernstig ziek. Zij knappen vaak binnen een week vanzelf op. Het kan helpen om je hond in de tussentijd te ondersteunen met een licht verteerbare voeding. Let er ook op dat je hond goed drinkt, om uitdroging te voorkomen. Contact opnemen met je dierenarts hoeft niet, maar is wel verstandig als je twijfelt.

Soms is een hond met diarree duidelijk ziek. Denk bijvoorbeeld aan sloomheid, niet willen eten of drinken, en erg warm of juist koud aanvoelen. In zo’n geval is het altijd raadzaam om contact op te nemen met je dierenarts. Die kan dan beoordelen of er meer onderzoek nodig is, zoals een ontlastingsonderzoek, bloedonderzoek of echo van de buik. En je dierenarts kan een ondersteunende behandeling geven, zoals infuus bij uitdroging of medicijnen tegen misselijkheid.

Ongeveer 85% van alle honden met acute diarree heeft geen of slechts een beperkte ondersteunende behandeling nodig om op te knappen. Ongeveer 15% krijgt last van (milde) uitdroging en moet een infuus krijgen om beter te worden. Een infuus werkt het beste als het vocht direct via een bloedvat wordt toegediend (intraveneus infuus). Je hond moet misschien tijdelijk worden opgenomen. Minder dan 1% van alle honden met acute diarree is zó ziek dat ze zelfs met ondersteunende maatregelen en infuus niet goed opknappen. Zij worden naar een medium of intensive care van een specialistisch dierenziekenhuis verwezen, waar de meeste van hen gelukkig goed herstellen.

Voeding bij diarree
Het is niet verstandig om een hond met acute maagdarmklachten tijdelijk geen eten te geven. Vroeger werd gedacht dat het fijn was om de maag en darmen even rust te gunnen. Echter, het maagdarmkanaal haalt zijn energie uit de passerende voedselbrij. Voor een goed herstel hebben de darmcellen dus behoefte aan eten. Daarom is het advies tegenwoordig om een complete, licht verteerbare voeding te geven. Bij voorkeur worden vier tot zes kleine porties verspreid over de dag gevoerd. Als er ook sprake is van misselijkheid of overgeven, kan in overleg met je dierenarts een antibraakmiddel worden voorgeschreven. Als je dierenarts vermoedt dat de diarree het gevolg is van een allergie, dan kan een hypoallergeen dieet worden aangeraden.

Antibiotica, probiotica en diarreeremmers
Onderzoek toont aan dat antibiotica niet helpen bij het herstel van acute diarree, zelfs niet als er bloed in de ontlasting zit of als je hond een zieke indruk maakt. Bovendien kunnen antibiotica de darmflora ernstig verstoren, soms wel maandenlang. Dat kan negatieve effecten hebben op de lange termijn. Uitzonderingen waarbij wél antibiotica worden gebruikt:

  • Sterk verminderde weerstand (veel te weinig witte bloedcellen)
  • Longontsteking door verslikken in braaksel (aspiratiepneumonie)
  • Vermoeden van bloedvergiftiging (hoge of juist lage temperatuur)

Een bacteriekweek van ontlasting is zelden nuttig. Vaak worden Campylobacter, Clostridium en E. coli gevonden, maar dit zijn normale darmbacteriën en ze zijn zelden de oorzaak van de klachten. Het vinden van Salmonella in een ontlastingskweek is vaak wél abnormaal. Bij een ernstige Salmonella-infectie is het daarom wel verstandig om antibiotica te geven.

Probiotica bevatten positieve bacteriën en kunnen helpen om de darmflora in balans te brengen. Uit onderzoek blijkt dat probiotica het herstel van acute diarree een klein beetje kunnen versnellen. Ze hebben bovendien niet de nadelige effecten voor de darmflora die antibiotica wel hebben. Als je hond dus niet tot één van de uitzonderingsgevallen behoort die hierboven staan, dan is het beter om probiotica in plaats van antibiotica te geven.

Diarreeremmers doen over het algemeen weinig kwaad, maar ze versnellen het herstel helaas ook nauwelijks. Zo bleek in één onderzoek bijvoorbeeld dat de honden zonder diarreeremmer gemiddeld na twee dagen beter waren en honden met diarreeremmer na anderhalve dag.

Chronische diarree

We spreken over chronische diarree als deze meer dan drie weken aanhoudt of regelmatig terugkeert. De kans dat chronische diarree vanzelf herstelt, is zeer klein. Het is daarom raadzaam om contact op te nemen met je dierenarts, om de onderliggende oorzaak vast te stellen en te behandelen. Zo voorkom je ook dat jouw hond zieker wordt. Vaak is er sprake van een chronische darmontsteking, maar ook chronische infecties, stofwisselingsziektes, leverproblemen of tumoren behoren tot de mogelijkheden. Er kunnen verschillende onderzoeken nodig zijn om een diagnose te stellen en het een optimale behandeling voor te schrijven. Denk hierbij aan een ontlastingsonderzoek, bloedonderzoek, buikecho en/of endoscopie.