Chronische hepatitis bij de hond: vroeg ingrijpen is cruciaal

Chronische hepatitis is een veelvoorkomende leverziekte bij de hond. Het veroorzaakt ontstekingen en littekenvorming, maar dat merk je vaak pas in een laat stadium. Hier vertel ik je meer over oorzaken, diagnose en behandeling. Vermoed je leverproblemen bij jouw hond? Lees dan verder voor meer inzicht of neem contact op voor een online second opinion.

Wat is chronische hepatitis bij de hond?

Chronische hepatitis is een leverziekte waarbij sprake is van aanhoudende ontsteking van het leverweefsel. Dit leidt tot het afsterven van levercellen. Na verloop van tijd kan er ook littekenvorming optreden; dat noemen we fibrose. Wanneer die fibrose ernstig genoeg wordt, spreken we van cirrose: het eindstadium waarbij de normale leverstructuur grotendeels verloren is gegaan.

Het is belangrijk om chronische hepatitis te onderscheiden van een zogeheten reactieve hepatopathie. Bij dat laatste reageert de lever op een ziekte elders in het lichaam, zoals een darmontsteking of een infectie. Er kan dan wel een milde ontsteking in de lever worden teruggevonden, maar de lever is in zo’n geval niet het primaire probleemorgaan. Bij een reactieve hepatopathie is behandeling van de onderliggende oorzaak dan ook het belangrijkste, en niet de lever zelf.


Welke honden lopen risico?

Chronische hepatitis zien we vooral bij middelbare tot oudere honden en komt iets vaker voor bij teefjes dan reuen. Sommige rassen hebben een duidelijk verhoogd risico, zoals de Dobermann, Labrador Retriever, Cocker Spaniël, Springel Spaniël, Bedlington Terriër, Dalmatiër en West Highland White Terriër.

Bij de Bedlington Terriër is een erfelijk probleem met de opstapeling van koper in de lever een bekende oorzaak. Bij de Labrador en enkele andere rassen speelt abnormale koperophoping in de lever ook een belangrijke rol, al lijkt de genetische achtergrond daar complexer.


Wat zijn de oorzaken van chronische hepatitis?

Helaas blijft de oorzaak in veel gevallen onbekend. We spreken dan van idiopathische chronische hepatitis. Toch zijn er een aantal factoren die wél in verband worden gebracht met de ziekte:

  • Koperstapeling is de best beschreven onderliggende oorzaak. Deze honden hebben een verstoorde uitscheiding van koper via de gal. Ook een verhoogde hoeveelheid koper in de voeding kan bijdragen aan het probleem. Dit leidt tot schadelijke ophoping van koper in levercellen, waardoor de lever ontstoken raakt.
  • Geneesmiddelen en toxines zijn soms schadelijk voor de lever. Meestal leidt dat dan tot een acute leverontsteking, maar soms is een chronische hepatitis het eindresultaat. Je kunt hierbij denken aan medicijnen als fenobarbital, lomustine en carprofen, maar ook bepaalde gifstoffen van schimmels.
  • Infectieziekten, zoals leptospirose of een infectie met Leishmania of Ehrlichia, kunnen in zeldzame gevallen tot chronische leverontsteking leiden.
  • Immuungemedieerde hepatitis is een situatie waarbij het eigen immuunsysteem de lever aanvalt. Het kan lastig zijn om deze oorzaak aan te tonen. Het is een diagnose die daarom vaak pas wordt gesteld nadat andere oorzaken zijn uitgesloten.

Hoe herken je het? Symptomen van chronische hepatitis

De klachten zijn helaas vaak aspecifiek, zeker in de vroege fase. Veel eigenaren merken dat hun hond wat minder actief is, minder eet of af en toe braakt. Pas in een later stadium ontstaan meer opvallende symptomen, zoals geelzucht (gele verkleuring van oogwit, tandvlees of huid), vochtophoping in de buik (ascites), veel drinken en plassen, gewichtsverlies, spierafname en afwijkend gedrag (hepatische encefalopathie).

Omdat deze klachten ook bij vele andere aandoeningen voorkomen, is aanvullend onderzoek essentieel.


Hoe wordt de diagnose gesteld?

Om een chronische hepatitis vast te stellen, is vaak een combinatie van onderzoeken noodzakelijk.

Bloedonderzoek

Verhoogde leverenzymen (bv. ALT en AF/ALP) zijn de eerste aanwijzing dat er iets mis is met de lever, waarbij de ALT vaak als eerste stijgt. Het is wel belangrijk om in het achterhoofd te houden dat in heel vroege of heel late stadia van chronische hepatitis de ALT ook normaal kan zijn. Soms worden afwijkingen per toeval gevonden, zoals tijdens een gezondheidsscreening of pre-anesthetisch bloedonderzoek. Ook galzuren in het bloed kunnen verhoogd zijn, wat een indicatie geeft van de leverfunctie. In gevorderde gevallen ziet men soms bloedarmoede, verlaagde bloedplaatjes of verstoorde stolling.

Echografie

Echografisch onderzoek van de buik biedt waardevolle informatie over de grootte, structuur en doorbloeding van de lever, en kan afwijkingen zoals vocht in de buik aantonen. Een echo is niet alleen belangrijk om het vermoeden op chronische hepatitis te vergroten, maar ook om andere ziektes uit te sluiten. Echografische bevindingen zijn helaas onvoldoende specifiek om de diagnose definitief te stellen, daarvoor zijn ook leverbiopten nodig.

Leverbiopsie: de gouden standaard

Alleen een leverbiopt geeft uitsluitsel. Via microscopisch onderzoek kan een patholoog het type en de ernst van de ontsteking en littekenvorming (fibrose) beoordelen. Het is ook heel belangrijk dat er wordt gecontroleerd op koperstapeling. Er zijn verschillende manieren om een leverbiopt te nemen: via een echogeleid naaldbiopt (TruCut biopt), via een kijkoperatie (laparoscopie) of via een gewone buikoperatie. Elk van deze technieken heeft voor- en nadelen wat betreft hoeveelheid materiaal, betrouwbaarheid voor de diagnose en risico op complicaties.


Welke behandelingen zijn er?

Als de diagnose is gesteld, is de behandeling afhankelijk van de onderliggende oorzaak en het stadium van de ziekte.

Bij koper-geassocieerde hepatitis is verlaging van het kopergehalte het primaire doel. Dit kan door middel van koperarme voeding en met medicijnen die koper binden zodat het via de urine wordt uitgescheiden, zoals D-penicillamine.

Bij immuungemedieerde hepatitis worden ontstekingsremmers ingezet, met prednisolon als eerste keuze.

Een leverondersteunende behandeling wordt meestal aangeraden, ongeacht de oorzaak. Denk hierbij aan antioxidanten (SAMe, silymarine/silybine, vitamine E), galzuurmodulatie (ursodeoxycholzuur) en een verandering van voeding.

Bij complicaties zoals vocht in de buik (ascites), hersenverschijnselen (hepatische encefalopathie) of maagzweren is een aanvullende behandeling nodig.


Hoe lang leeft een hond met chronische hepatitis?

De levensverwachting voor een hond met chronische hepatitis is sterk afhankelijk van de ernst van de ziekte, de onderliggende oorzaak en hoe goed de behandeling aanslaat. In het algemeen geldt: hoe eerder de aandoening wordt ontdekt en behandeld, hoe beter de prognose. Controle van leverwaarden en soms ook nieuwe biopten zijn essentieel om het behandeleffect te beoordelen.

Bij honden met koperstapeling die in een vroeg stadium worden behandeld, kan de leverziekte in veel gevallen goed worden gecontroleerd en soms zelfs grotendeels worden gestabiliseerd. Als de ontsteking een immuungemedieerde oorzaak heeft, reageert een deel van de patiënten goed op de therapie, al is levenslange behandeling en monitoring doorgaans noodzakelijk.

Minder gunstig is de prognose wanneer bij diagnose al sprake is van vergevorderde fibrose of cirrose. Vaak is er dan ook sprake van ernstige complicaties, zoals vochtophoping in de buik, verhoogde bloedingsneiging of neurologische klachten. In zo’n geval is de lever al dusdanig beschadigd dat herstel niet meer mogelijk is. De behandeling richt zich dan op het zo comfortabel mogelijk houden van de hond.

De gemiddelde levensverwachting voor een hond met chronische hepatitis is 1,5 jaar, maar met grote individuele verschillen. Zo kunnen honden met heel milde ontsteking een vrijwel normale levensverwachting hebben, terwijl dieren met levercirrose vaak nog maar enkele weken leven.

Dit alles onderstreept nog eens hoe belangrijk het is om niet te wachten bij aanhoudende leverafwijkingen. Vroege diagnose en een gericht behandelplan verhogen de kans op een goede uitkomst aanzienlijk.


Wanneer een second opinion overwegen?

Chronische hepatitis is geen eenvoudige diagnose en de behandeling is maatwerk. Het vereist de juiste interpretatie van bioptuitslagen, kennis van de verschillende oorzaken en een doordacht behandelplan inclusief controles op de lange termijn. Als internist voor dieren begeleid ik regelmatig honden met leveraandoeningen, van de eerste diagnostische stappen tot het monitoren van de behandeling. Twijfel je over de diagnose of behandeling van jouw hond? Of heb je het gevoel dat er iets mist in de puzzel? Neem dan contact op en vraag een digitaal consult aan. Ik denk graag met je mee.

Bart Ruijter is Europees specialist interne geneeskunde bij honden en katten. Naast zijn werk als specialist in een dierenziekenhuis, biedt Bart digitale second opinions en consulten via internistvoordieren.nl.