Chronisch nierfalen bij de kat: diagnose, behandeling en prognose

De diagnose chronisch nierfalen bij je kat is schrikken, maar zeker geen doodvonnis. Hoewel genezing niet mogelijk is, kan je kat met een specialistische aanpak vaak nog jarenlang comfortabel leven. Hier vertel ik je meer over de ziekte en wanneer een online second opinion een goed idee is.

Wat gebeurt er bij chronisch nierfalen?

De nieren zijn erg belangrijk voor een gezond lichaam. Ze filteren afvalstoffen uit het bloed, regelen de bloeddruk en zorgen voor de juiste vochtbalans. Bij chronisch nierfalen gaan de functionerende eenheden van de nier (nefronen) langzaam verloren. Bij het overgrote deel van de katten komt dit door een chronische ontsteking (tubulo-interstitiële nefritis).

Het lastige aan de ziekte is dat de nieren een enorme reservecapaciteit hebben. Een kat laat daarom de eerste symptomen vaak pas zien als meer dan 67% van de nierfunctie al verloren is gegaan. Eén van de eerste dingen die de nieren verliezen, is het vermogen om geconcentreerde urine te produceren. Dat leidt er toe dat je kat meer zal gaan plassen. Om niet uitgedroogd te raken, zal je kat ook meer gaan drinken. Na verloop van tijd, als al meer dan 75% van de nieren niet meer werkt, zullen afvalstoffen ophopen in het bloed en gaat je kat zich ziek voelen.


Symptomen van chronisch nierfalen: de subtiele signalen

Omdat het proces langzaam gaat, passen katten hun gedrag aan. Let als eigenaar vooral op:

  • Meer drinken en grotere plassen: de nieren kunnen de urine niet meer concentreren, waardoor je kat meer vocht verliest en dit moet compenseren. Het waterbakje is misschien vaker leeg of de kattenbak sneller vies.
  • Minder eetlust of kieskeurig worden: omdat de filters van de nieren stoppen met werken, hopen afvalstoffen zich op in het bloed. Dat kan zorgen voor een constant gevoel van misselijkheid. Sommige katten gaan daardoor ook braken.
  • Gewichtsverlies: uit onderzoek blijkt dat katten ongeveer 10% zijn afgevallen in het jaar vóór hun diagnose. Je kat kan vermageren omdat hij minder eet, braakt of voedingsstoffen verliest via de nieren, zoals eiwit. Een continue ontsteking in de nieren kan ook extra energie kosten.
  • Sloomheid: als de ziekte vordert, kan bloedarmoede ontstaan door verminderde productie van EPO. Hierdoor is je kat minder energiek of sneller moe. Ook misselijkheid kan zorgen voor minder levenslust.

Acuut of chronisch nierfalen?

Niet elke kat met verhoogde nierwaarden heeft chronisch nierfalen. Een acuut nierprobleem, zoals een vergiftiging of nierbekkenontsteking, kan vergelijkbare ziekteverschijnselen en bloeduitslagen veroorzaken. Een belangrijk verschil: van acuut nierfalen kan je kat volledig genezen, van chronisch nierfalen niet. Als acuut nierfalen niet tijdig wordt behandeld, kan er onomkeerbare schade ontstaan. Om dat te voorkomen, is het belangrijk dat je kat snel een correcte diagnose en behandeling krijgt.


De diagnose: verder kijken dan alleen kreatinine

Vroeger werd bij katten met een chronische nierziekte vaak alleen gekeken naar de waarde kreatinine (soms ook CREA of creatinine genoemd) in het bloed. Hoewel dit een belangrijke marker is, vertelt het niet het hele verhaal. Als internist kijk ik naar het hele plaatje:

  1. SDMA: een marker in het bloed die nierfalen al in een veel eerder stadium kan opsporen (bij 25-40% verlies).
  2. Urineonderzoek: het is belangrijk om te kijken of een kat eiwitten verliest via de urine (proteïnurie). De mate van eiwitverlies (eiwit-kreatinine ratio of UPC) is een belangrijke voorspeller voor hoe snel de ziekte kan verergeren. Daarnaast kan behandeling van proteïnurie het ziekteverloop mogelijk vertragen.
  3. Bloeddruk: nierfalen en een hoge bloeddruk gaan vaak hand in hand en versterken elkaar.
  4. Fosfaat: een te hoog fosfaatgehalte in het bloed maakt een kat sneller ziek. Het moet daarom behandeld worden met voeding en/of supplementen.
  5. Echo van de buik: het is belangrijk om te weten wat de oorzaak is van de verhoogde nierwaarden. Daarbij is het belangrijk om de nieren echografisch te onderzoeken.

Als je kat is gediagnosticeerd met chronisch nierfalen, helpen bovenstaande onderzoeken om de ziekte te stageren volgens de IRIS richtlijnen. Dit is belangrijk voor het opstellen van een optimale behandeling.


De behandeling van nierfalen is maatwerk

Iedere kat met nierfalen is anders, dus de behandeling is maatwerk. De belangrijkste onderdelen van de behandeling zijn:

  • Nierdieet: één van de beste manieren om een kat met nierfalen te ondersteunen is met aangepaste voeding. Een goed nierdieet bevat minder fosfaat en minder (maar zeer hoogwaardige) eiwitten. Let op: te vroeg of onnodig starten met een nierdieet kan juist schadelijk zijn.
  • Veel water drinken: het is belangrijk dat een kat met nierfalen niet uitdroogt. Je kunt je kat ondersteunen met natvoer en stimuleren om te drinken met behulp van een drinkfontein. In het eindstadium kan als aanvulling onderhuids infuus worden gegeven.
  • Medicijnen en supplementen: afhankelijk van de bevindingen bij jouw kat kan het nodig zijn om eiwitverlies te remmen, misselijkheid tegen te gaan of de bloeddruk te verlagen. In geval van bloedarmoede kunnen injecties met ijzer en EPO worden gegeven.

Waarom een digitaal consult bij nierfalen?

Als er nierfalen bij je kat is vastgesteld, zit je mogelijk met een hoop vragen:

  • Is er echt sprake van chronisch nierfalen?
  • Mijn kat wil het nierdieet niet eten, wat nu?
  • De waarden zijn verslechterd, moet ik de medicatie aanpassen?
  • Is het stadium 2 of stadium 3, en wat betekent dat voor de prognose?

Tijdens een digitaal consult neem ik uitgebreid de tijd om alle uitslagen tot in detail te analyseren. Vervolgens help ik je bij het opstellen van een langetermijnplan dat gericht is op levenskwaliteit. Wil je graag een second opinion? Neem dan contact op.

Bart Ruijter is Europees specialist interne geneeskunde bij honden en katten. Naast zijn werk als specialist in een dierenziekenhuis, biedt Bart digitale second opinions en consulten via internistvoordieren.nl.


Veelgestelde vragen

Wat zijn de eerste symptomen van nierfalen bij een kat?

De eerste symptomen van chronisch nierfalen zijn vaak subtiel. De meest voorkomende vroege signalen zijn veel drinken (polydipsie) en veel plassen (polyurie). Daarnaast kunnen katten een verminderde eetlust tonen, afvallen, een doffe vacht krijgen of vaker braken door de opbouw van afvalstoffen in het bloed.

Wat mag een kat met nierfalen absoluut niet eten?

Een kat met nierfalen moet voeding met een hoog fosfor- en eiwitgehalte vermijden, omdat de nieren deze stoffen niet meer goed kunnen verwerken. Het is beter om geen normale kattensnacks of regulier kattenvoer te geven. Stap in overleg met de dierenarts over op een specifiek dieetvoer voor de nieren (nierdieet).

Hoe lang kan een kat leven met chronisch nierfalen?

De levensverwachting varieert sterk per stadium (IRIS-stadiëring). Met een vroege diagnose, de juiste medicatie en een strikt nierdieet kunnen veel katten nog 2 tot 3 jaar of zelfs langer een goede kwaliteit van leven hebben. In een vergevorderd stadium (stadium 4) is de prognose vaak beperkt tot enkele weken tot maanden.

Is nierfalen bij een kat te genezen?

Nee, chronisch nierfalen is onomkeerbaar. Het nierweefsel dat beschadigd is, kan niet herstellen. De behandeling is er echter op gericht om de achteruitgang te vertragen en de symptomen te beheersen, zodat de kat pijnvrij blijft en een comfortabel leven leidt.

Hoe stimuleer ik een kat met nierproblemen om meer te drinken?

Omdat hydratatie cruciaal is voor nierpatiënten, kun je de volgende stappen ondernemen:
– Gebruik een drinkfontein (stromend water nodigt uit tot drinken).
– Voeg extra water toe aan het natvoer.
– Plaats waterbakjes op meerdere locaties in huis, weg van de kattenbak en voerbak.
– Gebruik bakjes van keramiek of glas in plaats van plastic (voor een betere smaak).